J.A. dèr Mouw

Herinnering (II)

En aan die man, die dood op de oever gleed,
Dood, dood nààst 't ijs - terwijl de veerman sprak
In stervend oor klepelend hoefgeklak,
In dichte keel vergeefs gewilde kreet,

Denkt vaak, wie langzaam oud werd in veel leed:
Zijn leven ziend, begrijpt hij niet, dat 't strak-
gespannen, door de smart gebonsde vlak
Van 't breekbaar denken niet tot waanzin spleet.

Hij luistert, weerloos: oude herinnering
Mummelt van Toen, en Toen. En 't is, als viel

Over zijn Ik late angst en duizeling
Om wat er loerde in de afgrond van zijn ziel.

Hij luistert; en zijn hand, weifelend, strijkt
Over zijn voorhoofd. En hij zit; en kijkt.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster