J.A. dèr Mouw

Herinnering (VI)

Hij moest naar binnen. Nog eventjes maar.
De ster was weer iets verder weggegleden. -
'T was jammer, dat zo'n beest vaak naar beneden
Kwam vliegen. Altijd kruipen ze in je haar,

Zei tante, en 't was geen denkbeeldig gevaar:
Ze wist - 'Hoe heette ze ook? 't was lang geleden' -
Dat een jong meisje haar vlecht was afgesneden,
Omdat een vleermuis d'r in zat; griez'lig naar.

'T was anders uit de verte een aardig dier:
Hij zag ze zigzaggen in hoek'ge vlucht,

En dan achter elkander, drie of vier,
Zich koddig haastend, wagg'len door de lucht;

Je hoorde soms een droogklepp'rend geruis,
Als ze uit hun richting vielen, vlak om 't huis.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster