J.A. dèr Mouw

In de hoogte (XVII)

Nog eens, toen je oud werd, zag je de Alpendalen
Van 't leven jou met late idylle lokken;
Je zag, hoe bergop lange schaduwen trokken
Onder een mist van scheve zonnestralen;

Nog hoorde je over lichte hoogten dwalen
'T elegisch tink'len van verspreide klokken;
Nog zag je, wit door zwarte dennen, brokken
Van 't sneeuwveld, nu niet meer bereikbaar, stralen.

Je voelde in 't dauwig-koele blauw vervloeien
'T hel herdenken van wat je heet begeerde,

Tot diepberustend violet vergloeien
De rode brand, die je onblusbaar verteerde:

'En tot geluk geschapen' - wat je leerde
Als kind - 't verdord geloof zag je herbloeien.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster