J.A. dèr Mouw

In de hoogte (II)

De mensengeest, zei 'k? Ja, was dat maar waar!
Iedere geest danst op zijn eigen koord;
Dat de een, rechtlijnig eenzaam, de and're stoort,
Die kans is klein; voor botsing geen gevaar:

Ze dansen naast en om en langs elkaar,
Elk door zijn eigen gratie zo bekoord,
Dat hij de roep van de and're artist niet hoort,
Die aandacht vraagt voor zijn sierlijk gebaar.

In 't luchtige ballet mijn charme bracht ik:
'Anch' io sono saltatore', dacht ik;
'Misschien geeft mij de Waarheid wel Haar gunst.'

Maar toen 'k verdrietig zag, dat zij, kokette,
Op mij al niet meer dan op de and'ren lette,
Nam 'k, oud bezit, mijn aeroplaan van kunst.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster