J.A. dèr Mouw

In de hoogte (III)

Die stond, klaar, op een zolder van mijn geest:
Hij stond te wachten, voelde ik, al heel lang.
'K wist, dat ik 't kon: toch was 'k een beetje bang:
Ik dacht: In sport ben 'k nooit een held geweest.

Maar vierde schoonheid in mijn ziel haar feest,
Dan trilde 't in zijn vleugels als gezang;
Ik leunde er tegen bij zonsondergang:
Dan gonsde 't, diep; maar bij muziek het meest.

Toch, als 'k begreep: 'K moet vliegen; neen, ik dans niet -
Dan dacht 'k op eens: Hoe staat 't daar ook in 't sanskrit?
En aan mijn degen reeg ik gauw die text.

En 'k grijpteende op transcendentale draden
Van Kant en Hegel en de Oepanishaden:
De bezem was 'k, die dansen móét, behekst.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster