J.A. dèr Mouw

In de hoogte (VII)

Ben ik het zelf? Moe evenwichteling,
Kroop uit tricot mijn vergeefs len'ge geest,
Zoals naar 't donker kruipt een oud, ziek beest,
Naar druipsteengrot van koele herinnering:

Vol echo's was 't, metalen tinkeling;
En wat ik hoopte als jongen, daar herrees 't,
Zodat 'k vergat, wat 't leven was geweest
En zijn zou, als 'k weer naar de wereld ging;

Weer zag 'k de toekomst, die 'k als kind mij dacht,
Verwerklijkt, licht in vreemd welvende nacht;
Weer zag 'k, zelf jong, jong die 'k had liefgehad:

Tot me uit mijn grot joeg met heersende gong
Mijn regisseur weetgierigheid, en 'k sprong
De parabool op, Kant, de Oepanishad.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster