J.A. dèr Mouw

In de hoogte (VIII)

Zoals een fijn schommelende balans,
Even zich richtend, evenwichtig staat,
Als voorzichtig in spiegelende plaat
'T prisma te rusten legt zijn stalen glans

Hij staat, aandachtig. 'T juk, plotseling, slaat
Door, links, rechts, in rechtvaardige kadans,
Want de ene schaal ving op een muggedans,
Of onder de and're woei een spinragdraad

Zo schommelden de schalen van mijn ziel,
Hetzij in de ene een licht vermoeden viel
Van blijdschap, ijl insekt, dat scherend aait,

Hetzij om de and're herfstlijk zwevend rag
Van lang verdriet om korte zomer lag,
Tot winterbrengend najaar stukgewaaid.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster