J.A. dèr Mouw

In de hoogte (IX)

Nu draagt, zelf triomfant balancement,
Zelf zwevend rag, zelf ontzaglijk insekt,
Mij de aeroplaan, wiens vaart, zilverig, trekt
Een draad, hoog boven zee en kontinent:

De trots van wie zich, mens, als Brahman kent,
Houdt breed zijn dubb'le vleugels uitgestrekt;
De zekerheid, die 't Brahmanweten wekt,
Houdt recht naar Hem 't evenwicht heengewend.

Tot afgrond zijn gezonken land en zee;
In de afgrond rent, hong'rig, de duiz'ling mee,
Daar zuigend, waar ze hoopt, dat 'k neer zal bonzen.

De aarde is een schaal; hoog ligt de horizon.
Plots'ling een stem - naar 't scheen, van uit de zon -
Dwars door de wind, die 'k koud voel langs me gonzen:


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster