J.A. dèr Mouw

Stuk gruiz'len, 't strand op, van de horizont

Stuk gruiz'len, 't strand op, van de horizont
Groenglazen bergen tot wolken van kralen;
Veilig in duisternis van kalken schalen
Woont 't weekdier, vast aan nooit bewogen grond.

Sidderingen, die tot zijn diepte dalen,
Hij voelt ze niet, verdiept in pijn van wond:
Zijn teerheid bloedt parels, die, klein en rond,
De ronde zee, immense paarl, herhalen.

Aan 't wereldoppervlak stormen de dingen:
Zelfs geen gedruis zal tot in de afgrond dringen,
Want stil de ziel aan 't hart van Brahman kleeft;

Al kan het oud verdriet niet meer genezen,
Hij weet: gezonken naar zijn eigen Wezen,
Nu bloedt hij verzen, waar Zijn licht op beeft.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster