J.A. dèr Mouw

Hoog op de kaap

Hoog op de kaap, waar zich te pletter stoot
De storm, staat 't kustlicht; en zijn rondblik glijdt
Ontzaglijk over zwarte oneindigheid,
Vol hoorbaar hunk'rende, onzichtbare dood

Een heerser, wiens rustige zekerheid
Tegen zijn gunsteling, de verre boot,
Dwars door kanonnades uit wolkenvloot
Schertsend knipoogt om hun vergeefse strijd.

Neen, 't is een maaier: klankloos scheert zijn zeis
De horizon; en plots'ling zilvergrijs
Vliegt langs de ketting uit golvende schalmen:

Hij, boven de aardewelving, machtig, zwaait
Zijn cirk'lend blad - 't is of het suist - en maait
De spokig vallende oogst van bliksemhalmen.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster