J.A. dèr Mouw

De laan in, uit westlijke wolkensluis

De laan in, uit westlijke wolkensluis,
Stuwt-op 't oranje licht; 't gewelf van toppen
Lijkt, vastgeklonken met fel kop'ren knoppen,
Geelgroene naad van zacht hellende buis.

Ik freewheel over licht; langwerp'ge droppen
Trillen op 't stuur; en 'k luister naar 't geruis
Achter me in 't dorre blad, en naar 't gedruis
Bij sprong of droog geknap van beukedoppen.

Tot streep smelt saam 't versneld metaalgetikkel.
Hard gonst de nobel-koele wind. Op 't nikkel
Schittert een dubbelster, oranjerood

Aan 't einde van de laan, om me op te vangen,
Staat, groot, de zon. Voort vlieg 'k, in vreemd verlangen
Naar iets - onzegbaar, tijdloos: liefde-en-dood.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster