J.A. dèr Mouw

't Is lang geleden (13)

Ruik ik daar niet de lucht, die wrang en sterk
En warm en prikk'lend van uw heide waait,
Als wolkenloze Augustusmiddag laait
Op glinst'rend zand en wit-zwevende berk?

Ik zie, hoe, vonk na vonk, 't bedrijvig werk
Van bijen om pas bloeiend heikruid draait;
Ik hoor 't point d'orgue, dat de wind die me aait,
Meedraagt uit 't spar-bos, bruingezuilde kerk.

De verte trilt. Ik doe mijn ogen dicht,
En voel mijn lichaam staan, onwerk'lijk licht,
Zalig verloren in de oneindigheid;

En harsreuk, zon, en bos, en hei, het groeit
Nu samen tot een sprookjesland, waar bloeit
De vrome herrijz'nis van mijn jongenstijd.


Bundel: Nagelaten Gedichten
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster