J.A. dèr Mouw

't Is lang geleden (16)

'k Hoor ruischen ons moeras - zoo noemden wij 't,
Mijn vriend en ik - vol angstig rits'lend riet,
Met, soms, een zichtbaar wieg'lende karkiet
Er om eerst bosch, dan heiden, vlak en wijd.

Wij stookten vuurtjes, veilig, niemand ziet
De blauwe rook. Over ons, dreigend, glijdt
Kraaiengeroep, vreemd, wild, door de eenzaamheid. -
Leeft hij nog? - 'k Ruik de hars - Ik hoop van niet.

Ik heb hem vaak beleedigd en gegriefd;
Want 'k hield van hem. Neen, 'k was op hem verliefd.
Neen, meer - mijn ideaal van goed en waar.

Nu ben ik oud. In Brahman is vergaan
Mijn wereld, en ikzelf, grijze brahmaan -
Hij had blauwe oogen en mooi donker haar.


Bundel: Nagelaten Gedichten
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster