J.A. dèr Mouw

't Is lang geleden (19)

En 'k las van Titurel en Parcival. -
Nog dreven om de toppen nevelvlokken;
Voor heil'ge tocht hoorde ik de kloosterklokken
Hun vroomheid sprenk'len door nog duister dal;

Ik zag, hoe flikkerende pantsers trokken
De helling af, zilveren waterval,
En, lange rivier van choraalgeschal,
Golvende pijen achter pelgrimsstokken;

Banieren zag 'k bergop, schokkende, klimmen,
De kop vooruit, en goud en zilver glimmen
In verre tweespraak met nog lage zon:

Schuivend langs achtergrond van blauwe pijnen,
Naar 't oosten zag 'k, in 't oosten hen verdwijnen
In morgennevel op de horizon.


Bundel: Nagelaten Gedichten
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster