J.A. dèr Mouw

't Is lang geleden (20)

Ik wenste toen een oudgraaflijk kasteel,
In 't midden van hoog beukenbos met uilen
En grafruïne, zwartbegroeid de zuilen,
Scheef elke schacht, gebarsten 't kapiteel;

Twee leeuwen, door oud mos vaalgroen en geel,
Spalkten naast de ophaalbrug hun drakenmuilen,
En uit het maanlicht kwam de herfststorm huilen
Door puin van gang, vol rits'lend ratgespeel.

En plechtig, in vervallen ridderzalen,
Stonden te zwijgen, held naast held, de stalen
Harnassen van mijn ad'lijk voorgeslacht;

En 'k hoorde, schuif'lend langs de kronkeltrappen,
Tot boete voor vergeten schuld de stappen
Van verre vad'ren spoken door de nacht.


Bundel: Nagelaten Gedichten
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster