J.A. dèr Mouw

Mooi meisje, dat met koelwit bruidsgewaad

Mooi meisje, dat met koelwit bruidsgewaad
Verlangt te ontveinzen de heetdronkre gloed,
Die onbewust haar slankheid stralen doet
En uit de glans van 't haar en de oogen slaat,

Nu voelt ze alsof ze, een uitverkoorne, gaat,
Zij zij alleen, 't Geluk-zelf te gemoet:
Haar eigen huis, haar man, zoo knap, zoo goed,
Nobel en ridderlijk in woord en daad -

'k Zie al om 't moe gezicht 't beginnend grijs;
Herinn'ring aan verloren paradijs
Zie 'k schem'ren in haar oogen: 't leven smeet

Haar weg, een leeg gedorschte korenschoof;
Ik zie haar suf gejongd, gedweeë sloof,
Met uitgezakte buik, burgerlijk breed.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron

HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster