J.A. dèr Mouw
October
Laat-herfstelijke laan van scheve abeelen,
De grond gestreept door schaduwen van stammen,
Lijkt op een reeks van parallelogrammen,
Die evenwijdig 't bruin en 't blauw verdeelen;
Nat, vlind'rig loof, dat puntig gaat vergelen,
Doet om robijn van fel verlichte zwammen
Lichtjes van goud en kleine zilvervlammen
Sidderen, vol geflikker van juwelen;
De spiegelende wagensporen schijnen
Blauwe verbrokk'ling van saffieren lijnen,
Schaduw uit amethyst snijdend in drieën;
Laag hangt de ronde zon: rood ligt zijn toover
Hier hel, daar doffer, ginds vernev'lend, over
Lange étalage van bijouterieën.
Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster