J.A. dèr Mouw

Ik zat aan 't roer (I)

Ik zat aan 't roer; jouw half blote armen roeiden;
Door verre rietkrans zwierf karkietgeroep.
De plantjes zag 'k door 't meer - reusacht'ge loup -
Die ginds in licht als van Davinci groeiden.

'K zag, hoe diep onder mij, boven een groep
Van avondwolken, die roodvlokkig gloeiden,
Blauw op oranje, twee libellen stoeiden,
AČroplanen, scheen 't, looping the loop.

En 'k schrok, toen 't plots'ling door mijn denken schoot:
Mijn luchtschip hangt boven het avondrood,
Dan staat Hij nog boven mijn horizon.

En langs de wolken keek ik weg van 't stuur.
Jouw fosf'rend haar leek een roodstralend vuur:
En even zag ik de ondergaande zon.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster