J.A. dèr Mouw

Ik zat aan 't roer (II)

Langs 't meer schitterde 't vuurwerk, knal na knal:
De plots'ling blauwverlichte bergen schrokken,
Toen om hun scherpe toppen donderblokken
Versplinterden tot klankbonken naar 't dal;

En gouden-regens klommen naar 't heelal,
Naar de aarde wierp clematis paarse klokken;
'T leek of apotheozen samentrokken
Om ons, brandpunt van dubbel hol kristal:

Want weer droeg ons het luchtschip; en we speelden,
Twee zaligen, vangbal met sterrebeelden,
Dat Cassiopeia op je scheiding viel;

En toen ekstatisch vuur en donder rolde,
Keek ik naar jou, mijn Brúnhild, mijn Isolde,
En 'k dacht: Neen, 't is geen vuurwerk; 't is haar ziel.


Bundel: Brahman II
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster