J.A. dèr Mouw

Ik zat aan 't roer (III)

Vol noorderlicht van plechtige flambouwen,
Vol sterrebeelden hing het ijspaleis:
'T leek uit bevroren vuur, uit vlammend ijs,
Uit poolnacht en uit tropenzon gehouwen;

Door bloemen was 't, kristallen paradijs,
Nog stil, maar 't scheen, kosmische machten zouen
Een symphonie als van Beethoven bouwen
Uit al wat edel is en groot en wijs.

'K zag irreČel 't solstitium-vierend bal:
Was jij geen ster, die zalig door 't heelal
Een zal'ge droeg, mij donk're, jij glorieuze?

Neen, neen, geen ster - Je was een opening
In muur van wereld - Was 't herinnering? -
Maar 't Zelfde zie 'k nu nog door Betelgeuze.


Bundel: Brahman II
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster