J.A. dèr Mouw

Zomer (III)

Hij wil gaan liggen, uitblazen een poos,
En hangt smaakvol in evenwijd'ge bogen
Zijn dweilen uit, om onderwijl te drogen,
Rood, geel, groen, blauw van verf en bloed en roos;

Op 't tekenvuil in 't oosten gooit hij boos
De kop'ren kam, nu helemaal verbogen. -
Pet-blauw, knoop-geel, stuiptrekkend vastgezogen
Veel buit aan kam: hij voelt zich virtuoos.

Daar krauw'len uit de schurft luizen en maaien:
Ze zien verbleken de onschaadlijke dweil,
En machtloos-verre tanden groenig laaien:

Lovend hun luizengod in luizenstijl,
Gaan dankbaar ze naar bed, en vroom en geil
Kruipen ze zwetend op elkaar en n..


Bundel: Nagelaten Gedichten
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster