HEIN VAN AKEN

VAN DEN CONINC SALADIJN ENDE VAN HUGHEN VAN TABARYEN

(Uit de serie Textus Minores: no. 15, bezorgd door dr. P. de Keyser, Leiden, E.J.Brill 1950, 28 blz.)

Toelichting op gebruikte edities etc. door C.L. Bos

Naar de tekst


Inleiding

De geschiedenis van de gevangen genomen kruisridder Hughe van Tabarië, die Sultan Saladin in de arcanen van de Ridderschap inwijdt en hem tot ridder slaat, komt oorspronkelijk voor in een bekend Frans gedicht van de middeleeuwen: L'Ordène de Chevalerie.

In het Middelnederlands bewerkt door de Brabantse dichter Hein van Aken.

Er zijn drie handschriften bekend:

35 strofen van 8 versregels: hs 0 heeft 37 strofen van 8 regels.

Rijm: gekruist: abababab

Volgens Mej. Ceulemans (studente van De Keyser) is hs. C het zuiverst overgeleverd, hoewel het meer van het origineel afwijkt dan B en 0.

Ouderdom: Het manuscript C dateert uit het begin van de 14e eeuw. 0 is iets jonger

Taal: C is Vlaams, B en 0 zijn geschreven in het Brabants.

De tekst is uitgegaan van hs C.

Over de dichter Hein van Aken: Zeer weining bekend. Vermoedelijk in Brussel geboren in de 2e helft van de 13e eeuw. Zijn belangrijkste werk is 'Spieghel der minnen'= de vertaling van 'Roman de la Rose' In deze vertaling vermeldt hij dat 'prochiaen' (=pastoor) was te 'Cortbeke'.

Aan Hein van Aken worden verder toegeschreven:

DE INHOUD

Het is goed om van de wijzen te leren. Van domme streken leert niemand iets.

Er was een koning, die Saladijn heette, een Saraceen. Hij bezat veel land, had veel onderdanen en was een vroom man. Op een dag werd in de strijd tegen de Christenen, een ridder Hughe van Tabarië gevangengenomen. Men bracht hem voor de koning en deze zei Hughe dat hij gedood zou worden tenzij hij honderdduizend gouden bisanten kon opbrengen. H. antwoordde hem dat deze schuld hem te groot was. De koning beloofde hem hierop enkele jaren om het losgeld te betalen. De koning was ervan overtuigd dat het 11. dan wel zou lukken, met de hulp van zijn edelen. Als H. wil vertrekken zegt de koning dat hij moet blijven.

De koning vraagt H. om hem tot ridder te slaan, want dat heeft hij altijd al gewild. Verder moet H. ham alles vertellen over het ridderschap.

H.antwoordt dat hij dit niet kan doen omdat de koning daarvoor niet geschikt is.

Het gaat om zulke verheven en heilige zaken die ook de christelijke zeden betreffen dat de Koning dit niet zal kunnen bevatten. H. zou zichzelf ook oneer aandoen.

De koning zegt hem hierop dat er geen sprake kan zijn van oneer aandoen omdat H. zijn gevangene is. Hughe geeft zich gewonnen: hij zal de koning tot ridder slaan.

Hughe liet de koning het hoofd wassen, de baard scheren en in bad gaan. De koning wil hiervan de betekenis weten. Hughe: 'teken dat u onkuisheid versmaadt en een rein leven gaat beginnen.'

Men bracht de koning vervolgens op een mooi bed. Weer vraagt hij naar de betekenis hiervan. H. antwoordt dat hij voor altijd 'zijn bedde te makenel heeft in Gods troon. d.i. dat hij zich altijd in dienst moet stellen van God .

Men doet de koning nieuwe witte linnen kleding aan. betekenis: 'U moet van smetten vrij zijn, schoner dan het wit van een zwaan.'

Verder deed H. hem een rode 'rok' aantrekken. Betekenis: 'U moet te allen tijde goede daden verrichten en de Heilige Kerk beschermen.

Twee zwarte kousen (=beenbedekking) geeft hij de koning te dragen. Betekenis:om hem te behoeden voor overmoed. Hem te leren ootmoedig te zijn.

Een witte gordel krijgt hij aan. Betekenis: 'Zo bent u in reinheid gebonden.'

Hij gespt hem twee vergulde sporen aan. Betekenis: Om zonder lafheid in de voorste gelederen te rijden in de vijandelijke schare.

Toen gordde hij hem het zwaard aan. Betekenis: 'met het zwaard moet u als een leeuw vechten tegen het onrecht, net zolang totdat het verjaagd is. Ook arme mensen en weduwen en wezen moeten met daden en woorden worden bijgestaan.'

De koning krijgt een sneeuwwitte kap op. Betekenis: het uitbannen van alle hovaardij.

Dan vraagt de koning: 'Ontbreekt mij nu nog iets?' Hughe:'Jawel, een slag in uw hals, maar die mag ik niet geven omdat de ridder die de slag geeft, vrij moet zijn.

De koning vraagt dan of hij de betekenis mag weten. Hughe: 'U zult altijd aan diegene denken die u ridder heeft gemaakt, en aan de dingen die hij u heeft geleerd. Nog vier punten waaraan u als ridder zult moeten denken:

In de zaal, waarin 24 emirs aanwezig zijn moet Hughe de koning nu om vermindering van de schuld vragen. De koning vermindert de losprijs voor de helft en vraagt de aanwezigen Hughe een bijdrage te geven. De opbrengst is zelfs meer danhet bedrag dat hij als losgeld moet betalen.

Hughe is de koning dankbaar en neemt afscheid waarna hij snel wegrijdt. (in handschrift 0 volgen nu twee strofen waarin staat dat de koning blij was en altijd naar de lessen van Hughe heeft geleefd. De ridders moeten hier maar een voorbeeld aan nemen en de ridderlijke zeden op zo groot mogelijk schaal verbreiden)

Laatste strofe is gericht aan de Here die Here is over alle heren. Wil diegenen zalig maken, die zich houden aan de lessen van Heer Hughe

Dit heeft gedicht tot lof en eer
van alle ridders: Hein van Aken.