Voor beentjes en wat brood!
Hij kwispelstaart, hij loopt in ’t rond,
En springt op mijnen schoot.
Mij geeft men vleesch en brood en wijn,
En dikwijls lekkernij:
Maak kan een beest zo dankbaar zijn,
Wat wagt men niet van mij!
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam
E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl