Hieronijmus van Alphen (1746-1803)

Klagt van den kleinen Willem
op de dood van zijn zusjen

Ach! mijn zusjen is gestorven,
nog maar veertien maanden oud.
k Zag haar dood in t kistje liggen:
ach wat was mijn zusje koud!
k Riep haar toe: mijn lieve Mietje!
Mietje, Mietje! maar om niet.
Ach! hare oogjes zijn gesloten;
schreijen moet ik van verdriet.
Altoos wil ik om haar treuren,
bloempjes strooien op haar graf:
Weenend aan de kusjes denken,
die mij t lieve meisje gaf.
Morgen zal ik maar voor mij ook
is t gevaar van sterven groot.
Gistren liep zij met mij speelen;
gistren nog! en nu -- reeds dood!
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 14 september 1996


Coster-pagina