De kinderliefde

Mijn vader is mijn beste vrind;
Hij noemt mij steeds zijn lieve kind.
'k Ontzie hem, zonder bang te vreezen.
En ga ik hupplend aan zijn zij',
Ook dan vermaakt en leert hij mij;
Er kan geen beter vader wezen!

Ik ben ook somtijds wel eens stout,
Maar als hijn' ondeugd mij berouwt,
Dan wordt zijn vaderhart bewogen;
Dan spreekt zijn liefde geen verwijt,
Ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt,
Dan zie ik tranen in zijn oogen.

Zou ik, door ongehoorzaamheid,
Dan maken dat mijn vader schreit;
Zou ik hem zugten doejn en klagen;
Neen, als mijn jonkheid iets misdoet,
Dan val ik aanstonds hem te voet,
En zal aan God vergeving vragen.

Hiëronymus van Alphen
(1746 - 1803)

[ Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen , 1779 ]
Interpretatie van de Schoolmeester