Het medelijden

Wie dat ik immer smart zie dragen,
'k Heb ook gevoel daar van.
Ik sluit mijn oor niet voor zijn klagen,
Maar help hem als ik kan.

Een mensch in droefheid optebeuren,
Is zelfs voor kinders zoet.
Die spotten kan met hen die treuren,
Vertoont een slegt gemoed.

Zou mij eens anders leed verblijden?
Zou 'k lagchen in zijn smart?
O neen! een edel medelijden
Past aan mijn kinderhart.

Ik wil dan met bedroefden kalgen,
Hen troosten in hun pijn.
Eens anders last te helpen dragen,
Zal mijn genoegen zijn.

Hiëronymus van Alphen
(1746 - 1803)

[ Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen , 1779 ]