Hieronijmus van Alphen (1746-1803)

De Onbedagtsaamheid

Zie Keesje! deze dode mug
Vloog nog zo even blij en vlug,
Maar ít is door onbedagtsaamheid,
Dat hij nu op tafel leit

Hij had in ít kaarslicht zulk een zijn,
En vloog er onvoorzigtig in.
Nu ligt hij daar; maar ít is te laat;

Er is voor ít mugje nu geen raad.
Zij werd bedrogen door den schijn.
O! laat ons dit tot leering zijn,
Dat, eer men iets gewigtigs doet,
Men zicht wat lang bedenken moet.
Eén uur van onbedagtsaamheid
Kan maken dat men weeken schreit.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 14 september 1996


Coster-pagina