De zingende Willem

morgenlied

Hieronymus van Alphen (1746-1803)

   Bij 't opgaan van de zon
   Zat Willem aan een bron,
   Van goeder hart te zingen:
   Hij had den afgelopen nagt
   Verkwikkend doorgebragt;
   En kon zig langer niet bedwingen.
   God, riep hij, is zo goed,
   Dat ik hem loven moet!

Magtige Schepper u heb ik te danken,
  Dat ik ontwaakte gezond en verheugd.
Wijze bestierder! 'k heb Jesus te danken,
  Dat ik u kenne in het eerst van mijn jeugd.

Prijst u de morgen, u zal ik ook eeren,
  Dat gij mij gunstig in 't leven bewaart;
Prijst u de morgen, acht mogtze mij leeren,
  Heilig en dankbaar te leven op aard.

Naarstig, gehoorzaam, en vrolijk te wezen,
  Is me tot voordeel en 't is uw gebod.
Vriendlijke Schepper! wie zou u niet vreezen!
  Wie u niet eeren, almagtige God!

Van u alleen moet ik alles verwagten;
  Wie is als gij algenoegsaam en mild.
'k Wil dan van daag uwe wetten betragten;
  Daar gij ook kinderen zegenen wilt.


[Hieronymus van Alphen Home-pagina] [Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.