Seerp Anema

Duinenhoogtij

De Februaridag is lauw en zacht;
door scheuren, die de nevelwolken breken,
radert het zonnewiel zijn gouden speken
en zwaait ze over 't duin, dat zwijgt en wacht.

Als tooverstaven doen ze vacht voor vacht
ontgloeien in hun eigen glans en luister;
het dorpenheer verblauwt in dons en duister,
de zee in nevels en ze murmelt zacht.

Verdiept het dal? 't is of de hoogten heffen
haar kruin; alom vertrotschen de reliëffen!...
De duinbruid nadert, die hun hart vervult...

Daar rijst het bruidslied zonder toom en teugels,
want boven d'oceaan in mist gehuld,
staat Lente met de sterke stormenvleugels.


Bron: Verzen: tweede deeltje / samenstelling J. Aleida Nijland. - tweede druk. - Amsterdam: L.J. Veen, 1908. Bundel: Van Hollands kusten. - Amsterdam: P.N. van Kampen
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster