Profesoor Bolland.

Bij de plaat.

't Is toch gek dat alle menschen
Nog niet weten wie ik ben,
En mijn hersens niet doorschouwen
Zooals ik mijn eigen ken.
Ik, de grootste geest op aarde,
Ik de zon aan 't firmament
Die de Nederlandsche natie
Met zijn stralengloed verwent.

Die alleen de zuiv're reden
Aan 't publiek verklappen kan,
Die me aan 't lage volk ontworstel
Als gelukkig self-made-man.
Die alleen uit waarheidsliefde
Op de planken komt te staan,
En voor eigen overtuiging
Door het vuur zou willen gaan.

Joden, fietsen, democraten
Is de pest der maatschappij,
En nou weg met allen twijfel
Want het wordt gezegd door mij
Ik ben Bolland, 't Leidsche wonder,
't Centrum van de wetenschap
Met volkomen zelfverachting
Als mijn beste eigenschap.

Plato, Nietzche, Kant, Spinoza
Allen berg ik in mijn brein,
't Spijt mij dat ik moet bekennen
Dat het allen prullen zijn.
Daarom stomme Nederlanders
Voor de toekomst niet gebeefd,
Nu Bollandus hier bij jullie
Nog een leraarszetel heeft.
20 oktober 1921


Bron: C.J. Aarts en M.C. van Etten (samenstellers), Domweg gelukkig in de Dapperstraat. De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur. Bert Bakker, Amsterdam, veertiende verbeterde druk 1996.
Ingezonden door IJme Woensdrecht
Project Laurens Jz. Coster