DE KAPELAAN VAN HOEDELEM

De kapelaan van Hoedelem
die zoude eens ochtends messe doen.
De koster die droeg bachten
hem zijnen boek ende zijnen caproen.
Hij zeide: ‘Koster, lieve garsoen,
nu ga een lettelkijn met mi.'
De bottekalagi de madamoers sondi sondi,
de bottekalagi de madamoers de voustra vi.

De koster zeide: ‘Dominee,
waarwaart wildi henen gaan?'
‘Lieve koster, nemmermee
ne laat het niemene verstaan!
Men zoude mij de kruine vlaen,
wiste men hoe die zake zi!'
De bottekalagi de madamoers sondi sondi,
de bottekalagi de madamoers de voustra vi.

Als zij kwamen voor die deure
waar de pape wilde zijn:
‘Koster, nu moet gij hier veure
blijven staan een lettelkijn.
Had ik gedaan den wille mijn,
ik komme tot u zonder chi.'
De bottekalagi de madamoers sondi sondi,
de bottekalagi de madamoers de voustra vi.

Mijnhere de pape die ging in.
De koster die daar buiten stoet,
hij peinsde wel in zinen zin:
‘Deze paap en is niet vroed.
Kwame de man, dan ware niet goed.
Hij zoude mij vragen: wat wilt ghi?'
De bottekalagi de madamoers sondi sondi,
de bottekalagi de madamoers de voustra vi.

De koster die en stond daar niet lang,
of de man kwam ter deure gegaan.
‘Laat in! Laat in!' dat was zijn zang:
‘Of ik zal de deure open slaan!'
Als hij dit riep, toen was ‘t gedaan.
In de kamere zo ging hi.
De bottekalagi de madamoers sondi sondi,
de bottekalagi de madamoers de voustra vi.

Een pape dat hij te bedde vant,
die harde jammerlijke zag.
De man nam enen stok in de hand,
hij gaf hem menigen droeven slag.
Hij zeide: ‘Dit is uw laatsten dag!'
De pape maakte groot gekri.
De bottekalagi de madamoers sondi sondi,
de bottekalagi de madamoers de voustra vi.

De koster hoorde dat geschal,
hij trad een lettelkijn bet naar.
Hij hoorde des papen ongeval,
hij zeide: ‘Wat duvele doet gij daar?
God geve mij een droevig jaar,
mij en is lief dat ik hier buiten zi!'
De bottekalagi de madamoers sondi sondi,
de bottekalagi de madamoers de voustra vi.

Handschrift-Gruuthuse, eind veertiende eeuw

Het handschrift van Gruuthuse ofwel Rhetorijcke ende Ghebedenboek van Mher Loys van den Gruthuse bevat 150 minneliederen, waarvan het grootste gedeelte verwantschap vertoont met de Duitse minnepoëzie; hoofse liefde die gekenmerkt wordt door dienst en toewijding.

Ingezonden door IJme Woensdregt