Anonymi (Leiden, 1596)

Leidse loterijbriefjes

Jan Harrewijn tot Leyden woonachtich ende van Nieupoort geboren, heeft hij geen prijs, es zijn geld verloren.

Aernaudt Elzevier van Duway geboren, had hij het groot lot, het en waer niet verloren.

Hoop en lieffde doet mij inleggen met erbermen, crijch ic geen prijs, zoe is het voor den armen.

Jaques Paling, die gevlucht sijn om Godts woort uuyt heuren lande,
wat salse God geven t'eenen pande.

Tot Maestricht ben ick geboren
Maeseyck heb ick verloren,
nu woon ick tot Leyden binnen der stede.
Wat Godt geeft, daer ben ick mede tevreden.

Moeysen van Hetteren, een Veneetsyaen gebooren,
verlient hem Godt,, een guet lot, 't en sal niet sijn verlooren.

Ick jonckman uuyt vremde landen,
had ik den oppersten prijs
't soude mij wel gehanden.


Bron: Jaap Moes e.a. (red.).In de nieuwe stad, 1200-2000. Leiden, Dirk van Eck-Stichting, 1996.
Een aantal rijmpjes uit 1596, gemaakt door inwoners van Leiden. In dit jaar werd er in deze stad een loterij georganiseerd ten behoeve van de verbouwing van het Sint-Ceaciliaklooster. Van de lotenkopers werd ten dien tijde verlangt dat zij bij het kopen van hun loten een rijmpje of een spreuk - een zogenoemde proze - opgaven. Dit om bij de uitreiking van de prijzen het feestelijk gehalte te verhogen.
Meer prozen zijn te vinden in het Leidse Gemeentearchief, onder Archief Gasthuizen inv.nr. 429.
Ingezonden door IJme Woensdrecht
Project Laurens Jz. Coster