Handjes en voetjes

Baker- en Kinderrijmen

Och, Jantje wil niet huilen,
Daar heb je mijn beste muilen;
Daar heb je mijn mooie beugeltas,
Daar al mijn goeie geld in was.
Draai er het wieltje nog eens om,
Klap ereis in je handjes,
Zet je handjes in je zei,
Òp je borstjes allebei
Dat gaat kindjes neusje voorbij.
Klap ereis in je handjes
Variatie
Klap 'reis in je handjes! Wie is dood?
Een oud manneke verdronken in de sloot.
Klap 'reis in de handjes, blij, blij, blij!
Geef de booze bolle dan maar dij, dij, dij!
Handjes in de zij,
Ik ben zoo blij;
Handjes op de borst,
Ik heb zoo'n dorst;
Handen op de schoêr,
Jou linksche boer!
Trararetje trararetje
Een koetje en een paretje
Een osje en een stiertje,
Een varken en een miertje
  Tiereliertje.
Handje plak!
Ga er markt,
Koop een koe;
Stukje lever toe.
Stukje lever,
Voor een zieken wever;
Stukje pens,
Voor een ziek mensch;
Stukje long,
Voor een ziek jong:
Kiele, kiele, kiele, kiel!
(Sittard en Maastricht)
Dao höbs te geljt,
Gank nao de mäert,
Koup en kou,
E schtök van de läver,
E schtök van de pens.
Killewillewens.
(Leeuwarden)
Houd op jou hand,
Verkoop jou land,
Jou land en sand,
Jou huus en hof,
Jou heid en greid
Jou kalf en koe,
En nog een klein, klein kideltje toe.
Dit voetje, dat voetje, lip, lap, lorum,
Dit voetje, dat voetje liep in 't koren,
Dit voetje, dat voetje liep in 't gras;
'k Wou dat 't kindje grooter was.

   Dit voetje en dat voetje
   Die gingen er schaapjes wachten.
   Het eene liep in 't koren
           Verloren
   En 't ander liep er bachten.
Dit voetje en dat voetje waren verloren in 't riet,
Dit voetje en dat voetje vonden malkander niet;
Dit voetje en dat voetje zouden de gansjes wachten,
De gansjes liepen in 't koren
           Verloren,
En Jantje (Pietje, enz.) liep er achter.
Dag, Jan! linkervoetje gepakt), Dag juffrouw! (rechtervoet)
Kan Jan juffrouw ook een paar schoentjes maken?
Ja wel, juffrouw, als Jam maar aan de maat kan raken.
Nu Jan, 't zij je wel bevolen,
Rond van boven en palt van zolen,
Dag, Jan! - Dag, juffrouw!
Jan, kan je voor de juffrouw een paar schoenen maken?
Ja wel, juffrouw, als ze maar op de leest willen raken.
Van voren spits, van achteren smal.
Ja wel, juffrouw, ik zal.
Maar niet met wijde bekken.
Dan zou ik met de juffrouw gekken.
Wanneer kan de juffrouw ze komen halen?
Als ze maar geld heeft om te betalen.
Maar de juffrouw heeft nog geen geld ontvangen.
Dan moeten ze maar in de winkel blijven hangen.
Dag, Jan van Loenen!
Dag, juffrouw zonder schoenen!
Dag, Jan Besteveld!
Dag, juffrouw zonder geld!
Torentje, torentje bussekruit.
Wat hangt er uit?
Een gouden fluit,
Een gouden fluit met knoopen,
Laat je torentje loopen.
Variatie
(Bij het zingen van dit rijmpje, maakt het kind twee vuistjes, die het op elkander zet en bij de laatste regel weêr ontsluit, terwijl het de tien vingers beweegt; of wel verschillende personen bouwen van hun vuisten een toren, die daarop instort.)
Torentje, torentje bossekruit,
Torentje, torentje kluiten.
Wat is er in?
Een gouden ring,
Een gouden ring met knoopen.
Laat het torentje loopen.
Kintje,
Modintje,
Wipneusje,
Roodwangetje,
Traan-oogjes,
Voorhoofdje,
Tot, top, top,
Haartje op den kop.
(Zaanstreek)
Toontje trip, voetje wip,
Knietje knik, buikje week,
Hartje vroolijk, keeltje slik,
Kinnetje mondinnetje, mondje hap,
Neusje piep, oogje traan,
Bollebollebaan.


[Baker- en Kinderrijmen pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.