In den Haag daar woont een graaf etc.

Baker- en Kinderrijmen

Din, din doosje,
't Kindjen piest in 't hoosje,
Van het hoosje in de schoen;
't Kindje zal 't niet weêr doen.
(Gelderland)
Ziege, zage, manneke,
P's maar in 't kenneke,
Rooden wijn en witten wijn,
Dat zal Janneke de Bruin wel zijn.
Twee kindertjes bij mekaâr,
Een zusje en een broêrtje;
Ik wou niet dat ik er meer van had,
Van al dat kleine goedje.
In den Haag daar woont een graaf,
En zijn zoon hiet Jantje;
Als je vraagt: Waar woont papa?
Dan wijst hij met zijn handje;
Eerst met zijn vinger en dan met zijn duim,
Op zijn hoed draagt hij een pluim,
Aan zijn arm een mandje.
Dag, lieve Jantje!
Variatie voor de drie laatste regels:
In den Haag daar woont een graaf,
En zijn zoon hiet Jantje;
Als je vraagt: Waar woont papa?
Dan wijst hij met zijn handje;
Eerst met zijn vinger en dan met zijn duim,
Hij heeft een jagersmutsje op
Met een huzarenpluim.
Rijen, rijen, rossen,
Tien pond klossen,
Elf flesschen wijn.
Van avond zullen we vrolijk zijn.
Douw, douw, deine kwam van Brugge,
Met den knapzak op zijn rugge,
Met zijn stok stok al in de hand,
Zoo kwam Douw, douw, deine in 't land.
Danderomdeine kwam van Brugge
Met zijn kastje op zijn rugge,
Met zijn stokje in zijn hand,
Zoo kwam Donderomdeine in 't land.
Douw, douw, dein, die rare snater,
Die viel met zijn poepertje in 't water;
Handjes nat en voetjes nat,
Zoo kwam Douw, douw, dein in stad.
Din, din, din, die wou wat praten,
Hij viel met zijn gatje in 't water;
't Houtje was nat, en 't voetje was glad,
Zoo viel Din, din, din, op 't gat.


[Baker- en Kinderrijmen pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.