Ik kwam laatst in een poppekraam etc.

Baker- en Kinderrijmen

Poppetje zou te kermis gaan
Met haar zusje Trijntje;
Wie zou Poppetjes huis bewaren?
Pruimpje en rozijntje
Damme, damme, poppen,
We zullen je schoppen,
De deuren uit en de vensters in,
Dat gaat naar de poppen 'er zin.
Damme, damme, poppen,
We zullen je schoppen,
Schoppen de poppen de deur maar uit;
Dan gaan we naar de poppekraam,
Daar al die mooie poppen staan,
Koopen daar het poppengoed,
Dat men aan de poppen, poppen,
Dat men aan de poppen doet.
Ik kwam laatst in een poppenkraam,
Daar zag ik al die poppen staan.
Ik vroeg, wat doen die poppen hier?
Die poppen drinken poppebier?
Die poppen drinken poppewokm'
Kom, laat ons samen vroolijk zijn.
Ik kwam eens in een poppenkraam,
Daar zag ik zeven poppen staan,
En iedre pop die kocht een kiel
En trok die aan zijn poppenziel.
Jantje zou eens kermis houên,
Met zijn zusje Trijntje.
Wie zal Jantjes huis bewaren?
  Pruimpje en rozijntje;
  Ik niet.  Wie dan?
  Jantje moet er zelf an.
Goeie morgen, tante Kaatje!
Goeie morgen, kleine Jan!
'k Heb de groete van mamatje
Of je 't avond komen kan,
Op een heerlijk karbonaadje
Met een overheelijk slâtje
    Met een preitje
    En een eitje
En een lekk're boteram!
Goeien avond, tante Betje;
Goeien avond, oome Jan;
En mijn moeder laat je vragen,
Of je niet eens komen kan,
Met de kleine Poppedeine
En den grooten Bombam?
Goeien avond, tante Betje;
Goeien avond, oome Jan!
      Klein, klein muisje!
      Waar zit hij?
      In 't huisje.
      Wat doet hij?
  Hij werkt. - Voor wie?
Voor de kleine Poppedeine
En den grooten Bombam.
Goeien avond, speelman.
Speelman, heb je al dieven gezien?
Ja, mijnheer, wel zeventien.
      Naatje!
      Papegaaitje!
      Hoe laat is 't?
      Elf uren!
      Wie zeit dat?
      Klein muisje!
      Waar zit die?
      In zijn huisje.
      Wat doet hij?
      Hij werkt?
      Voor wie?
Voor de kleine Poppedeine
En den grooten Bombam.
Goeien avond, speelman!
       Hoe laat is 't?
       Twaalf uren.
       Wie ziet dat?
       De meid.
       waar is ze?
       In de keuken.
       Wat doet ze?
       Ze breit.
       Voor wie?
Voor de kleine Poppedeine,
En den grooten Monsier,
Die heeft een broek met een scheur,
De billen komen er deur.


[Baker- en Kinderrijmen pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.