Bom, bam, de klokken luien

Baker- en Kinderrijmen

Bom, bam, de klokken luien;
  Wat zou dat beduien?
      Wie is er dood?
Een oud vrouwtje van slikkesloot.
  Moeder mag ik eens kijken?
Neen, meisje, lap je kousjes wat!
Meteen kwam daar een zwarte kat,
Die nam het meisje der beste lap.
De buren aan het zoeken
  In alle, alle hoeken,
Met stokken en met staven.
Achter op de haven,
Daar leit een paardje begraven,
  Een oud paard met zeven jongen.
  Mijn liedje is uitgezongen.
Bom, bam, de klok die luidt;
Wat dat beduidt?
De boeren loopen de kerk uit.
  Bom, bam, de klokken luien;
    Wat zou dat beduien?
      Een dooie man,
Die niet meer spreken of loopen kan;
  Wij zullen hem gaan begraven,
  Al op de Delfsche haven.
Al onder de wijde kerksteen,
Daa leit Duimpje zonder been.
Knip, knip, tangetje!
  Wie is er dood?
  Een oud, oud mannetje;
Gebakken is zijn brood,
Gebrouwen is zijn bier;
Nu komt dat oud, oud mannetje
Zijn leven niet weer hier.
Klop, klop hamertje!
Is er niemand thuis?
Er is nog een oud vadertje,
Dat is alleen in huis.
Wat zal dat vadertje eten?
  Kaas en brood.
Wat zal dat vadertje drinken?
  Water uit de sloot.
Tobias liet zijn paarden beslaan,
Hij liet ze op hooge bergen gaan;
Hooge bergen, diepe kuilen;
Niemand kan den dood ontschuilen.
Als de dood komt, komt hij fel.
Wacht je voor de zonde wel;
Wil je voor de zonde niet wachten,
Dan zal God je ziel verachten.
Doe het goed en laat het kwaad,
Als de dood komt is 't te laat.
Bestje keek in 't knekelhuis
En zie: wat is de mensch,
Die langer leeft als hij dagen heeft?
Bobbelebob zei bestje,
En ze dronk eens uit haar fleschje,
  En 't fleschje dat was lens.
Hobbel den bobbel, zei besje,
En zij lichtte het fleschje,
En zij lichtte het al zoo hoog,
Dat er den hobbel de bobbel uit vloog.
Moeder, moeder! de beer is los;
Hoor dat dier eens brullen!
Snijd hem neus en ooren af,
Dan hebben wij wat te smullen.
De beer is los, de beer is los;
Hoor dat beest eens brullen!
Bind het maar aan een touwtje vast,
En stop het in de krullen.
De bakker op den hoek,
De heeft van nacht geblazen
De vellen van zijn broek,
Die hangen voor de glazen,
Als een boekweiten koek.
Een, twee, drie, vier, vijf,
De bakker sloeg zijn wijf,
  Al met een houten hamertje,
  De darmen uit het lijf.
Ut, rem mi, fa, sol;
De boer, die nam een knol
Van den wagen, zonder vragen,
Ut, rem mi, fa, sol;
Ut, rem mi, fa, sol,
De boer die stal een knol;
Ut, rem mi, fa, sol, la,
De bakker 'em achterna;
Ut, rem mi, fa, sol, la, ci, ut,
De boer was al lang met de bolle fut
Jan Piet, Jan Piet, Jan Pierewierewiet,
Jan Piet van Maaslandsluis
Kwam altijd dronken thuis.
Anders:
Jan Piet, Jan Piet, Jan Pierewierewiet,
Jan Piet van Maaslandsluis
Kwam 's avonds dronken thuis,
Zoo dronken als een muis.
Daar waren zeven kikkertjes
Al in een boeresloot, al in een boeresloot,
De sloot was bevroren,
De kikkers hallef dood, de kikkers hallef dood;
Ze kwikten niet, ze kwakten niet
Van honger en verdriet, van honger en verdriet.
Anders:
(Volkswijze uit de Bommelerwaard, 1830)
Daar zaten zeven kikkertjes,
Al in een drooge sloot;
Daar kwam een boer met klompen, klompen klompen
Die trapte er één van dood.
Daar waren zeven kikkertjes al in een boerensloot;
Die zouen kermis houën en dansten poot aan poot:
Louw is dood, Louw is dood.
Leg hem in een kistje
Je zet hem een boerenslaapmuts op, dan lijkt hij een Mennistje.
Een Mennist, twee Mennist,
De derde leit in een doodkist
Of:
Daar waren zeven kikkertjes al in een boerensloot;
Die zouen kermis houën en dansten poot aan poot:
Louw is dood, Louw is dood.
Leg hem in een kistje
Je zet hem een boerenslaapmuts op, dan lijkt hij een Mennistje.
Een Mennist, twee Mennist,
Morgen in de doodkist.
Poot aan poot,
Louw is dood,
Leg hem in een kistje,
Zet hem dan een trekmuts op
't Lijkt wel een Mennistje.
Variant
Lot is dood, Lot is dood,
Lijsje leit op sterven;
Dat is goed, dat is goed,
Is er iets te erven?
Variant:
Dan is er iets te erven.
Pierlala lei in de kist,
Al met zijn billetjes bloot;
En niemand die het beter wist,
Of Pierlala was dood.
Hij schopte 't deksel van de kist;
En sprong er uit, dat niemand wist;
Ha! ha! zei Pierlala;
Ha! ha! zei Pierlala.
Pierlala zijn vader was dood,
Begraven al in den grond;
Pierlala had gasten genood,
Ze zaten al in het rond;
Ze hielden niet van lekkernij,
Maar aten gesuikerde rijstenbrij:
Dat 's bon! zei Pierlala, ha, ha!
Dat 's bon! zei Pierlala.
't Was donker, dat je niet zien en kon,
En met kwam daar een boer,
Een aardige vent, een drollige vent,
Die zei: ik ben hier onbekend;
Ik ook! zei Pierlala, ha, ha!
Ik ook! zei Pierlala.
Juffrouw, wil je moesjes koopen,
Om te plakken op je kin?
Doe het doosje dan maar open,
Daar zijn al de moesjes in.
Meisje maat, meisje maat,
Ik de visch en jij de graat.
"Neen, mijnheer, dat kan niet dienen,
Ik het vleesch en jij de bienen."
Meisje maat, meisje maat,
Ik de visch en jij de graat.
Katje, poesjenelletje!
Waar ben je toch geweest?
Jij hebt verbrand jou velletje,
Je waart zoo mooien beest!
Foei poes, leelijke poes!
En is het dan geen schande,
Dat jij jou mooie velletje
zoo leelijk gaat verbranden?
Ik heb nog in mijn laadje
Een naaldje met een draadje
En een stukje poesevel,
Daar ik jou meê verstellen zel.
Klein, klein kleutertje,
Wat doe je in mijn hof,
Je plukt er al de bloempjes af,
En maakt het veel te grof.
Mamatje die zal kijven, Papatje, die zal slaan!
Klein, klein kleutertje,
Wil uit mijn hofje gaan.

Och, mijn lieve mamaatje!
En zeg het niet tegen papaatje!
Ik zal zoet naar school toe gaan,
En laten al de bloemetjes staan.
Een kind in 't water!
Een kind in 't water!
En heb je 't niet hooren plompen?
Had het zijn kopje maar boven gehouden
Dan was het niet verdronken.
Ouwe Jan en jonge Jan,
Die zouden samen pompen;
Ouwe Jan, die brak zijn been,
En jonge Jan zijn klompen.
Twee mannetjes waterhalen,
Twee mannetjes pompen,
Hoog op de klompen
Laag op de muilen,
't Kindje begint te huilen,
Dek toe, dek toe,
Dominee op den preêkstoel
Jonge Jan de jager
Wat zijn je beestje mager!
Zeven jaren op stal gestaan,
Het vet is van de ribben gegaan.


<p align=center>[<a target="_top" href="indext.html">Baker- en Kinderrijmen pagina</a>] [<a target="_top" href="/~ljcoster/indext.html">Coster pagina</a>]</p> <p>Bezorgd door <a target="_top" href="http://www.xs4all.nl/~jcdverha/">Joachim Verhagen</a>.<br> Opmerkingen aan: <A HREF="mailto:coster@dds.nl"><em>coster@dds.nl</em></A>.<br>