Daar was eens een mannetje e.a.

Baker- en Kinderrijmen

Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs,
Dat bouwde zijn huisje al op 't ijs;
't Begon te dooien, maar niet te vriezen,
Toen moest dat mannetje zijn huisje verliezen.
Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs,
Dat bouwde zijn huisje al op 't ijs;
Het sprak: "o Heer, laat het altijd vriezen,
Ander moet ik mijn huisje verliezen!" -
Het huisje verzonk, en 't mannetje verdronk.
Kees, Kees!
Waar ben je geweest?
In Apeldoorn.
Wat heb je verloren?
Mijn neus en mijn ooren.
En wat nog meer?
Mijn sabel en geweer.
Alias
Zat in de kas,
Zijn moeder dacht, dat het brood was.
Daar was eens een koning,
Die smeerde zijn billen met honing;
Toen riep hij: "kindertjes, lik, lik!
Ziet, wat een zoete koning ben ik!"
Daar was eens een koning,
Die smeerde zijn eigen met honing,
Die smeerde zijn eigen met roet;
Toen was dit koning bitter en zoet.
Louw, Louw, leelijke Louw!
Heb je geen geld, verkoop je je vrouw.
Zou ik dan mijn vrouw verkoopen,
Dan moest ik alleenig loopen.
Louw, Louw, leelijke Louw!
Heb je geen geld, verkoop je je vrouw.
(Groningen)
Waitje wel, waar Jan-man woont?
Jan-man woont om 't houkien,
Jan-man het zien wief verkocht
Veur ein dreicents koukien.
Jan mijnen man,
Kom doe maar an;
Wy willen mekander helpen;
Ik zal dy de boksen lappen,
En doe zelst voor my melken.
   Loop, loop, loop,
   De boter is goedkoop;
En kom je over een half uur,
Dan is de boter eens zoo duur;
   Loop, loop, loop.
  Din, din, din,
Dat verleden jaar
Een piekje waar,
Is nu een ouwe hin.
Moeder, als je me kousen koopt,
Koop me kousen met kuiten;
De jongens roepen me spillebeen na,
Zijn dat geen looze guiten?
Abrikozen Maartje!
Moeder, wat moet ik doen?
Ga de koeien melken!
Moeder, ik heb geen schoen.
Trek je vaders laarzen aan!
Moeder, die zijn me te groot.
Snij er dan een stukje af!
Moeder, ik ben geen Jood.
Achter in ons keukentje,
Daar hangt een rood gordijntje,
't Eerste kind dat Tonia heeft,
Zal heeten Willemijntje.
Jantje, trek je wantjes an,
't Is voor deur zoo koud;
Daar ginder komt een meisje an,
En daar ben je meê getrouwd.
Naar de kerk, zeit ze,
Ben 'k geweest, zeit ze,
Maar geluisterd, zeit ze,
Heb ik niet.
Kom van avond, zeit ze,
Op mijn kamer zeit ze,
Daar is alles, zeit ze,
In het groot.
Ook wel:
Kom naar boven, zeit ze, op mijn kamer, zeit ze,
Daar is alles, zeit ze, naar den aard.
'k Heb er stoelen, zeit ze, zonder matten, zeit ze,
En geen vuur, zeit ze, op de plaat.
Laastmaal kwam ik binnen Romen,
Daar zat een walvischje in de boomen,
  Die zong een liedje al in 't Latijn;
  Hij wist zijn stemmetje zoo zoet te mengelen,
Gelijk de klokjes, die daar bengelen,
Dat is te zeggen, grof en fijn.
Juffrouw, wil je mijn beestje eens zien?
't Is zoo'n lief marmotje,
Dat kan dansen op de lier,
En huppelen in zijn kotje.
Had ik het hier, had ik het daar,
Had ik mijn lief marmotje maar!
Wel, wat zeg je van mijn kippen?
Wel, wat zeg je van mijn haan?
Hebben ze dan geen mooie veêren,
Of staat u de kleur niet aan?
Baas, wat zeg je van mijn kippen?
Baas, wat zeg je van mijn haan?
twintigste eeuwse variatie
Narre, narre, narre!
Drie boeren op een karre,
Die riepen al van verre:
Narre, narre, narre!
Jan, die sloeg Lijsje,
En Lijsje die sloeg Jan,
Al met de koekepan.
O, wat een ongeluk!
De koekepan was stuk.

Anders (na de drie eerste regels):

Jan, die sloeg Lijsje,
En Lijsje die sloeg Jan,
Al met de koekepan.
Och, lieve Jan, schei uit!
Heb ik het zoo verbruid?
Jan die sloeg Lijsje,
En Lijsje die sloeg Jan,
Al met de koekepan,
De koekepan aan stukken.
O! wat een ongelukken!
De stukken door de glazen,
En Lijsje op de vlucht,
En Jan aan het razen!
Anders:
Jan die sloeg Lijsje,
En Lijsje die sloeg Jan,
Al met de koekepan,
De koekepan aan stukken.
O! wat een ongelukken!
De stukken door de glazen,
En Lijsje ging aan 't razen.
Daar was een vrouw, die koeken bakken zou,
En het meel dat wou niet rijzen;
En de pan viel om,
En de koeken waren krom,
En de man hiette Jan van Gijzen.
Er was eens een man, en die heette Oom Jan.
En hij woonde in 't land van Schouwen;
Hij had een kalfje, dat was ziek,
En daarom droeg hij rouwe.
Och, oom Jan, en schreit niet,
Het kalfje is dood, en 't weidt niet,
's Morgens, in zijn bonte rok,
Lei 't kalfje dood in 't hok.
Wie gaat er mee naar Zwolle,
Al naar die goede Sint Jan?
Daar woont Aafje Brouwer,
Met haar lieven man.
Aafje Brouwer brouwt goed bier,
En d'r man die stookt het vier.
Aleman speelt op zijn fluit,
Toereloerette, mijn liedje is uit.
Buiten het raampoortje
Verkoopen ze boekendebrij,
Een bordje voor een oortje,
Met boter en stroop er bij.
     Roer-om de brij!
     Je zit er bij,
En laat ze nog verbranden.
Is dat geen groote schande?
Ik heb een potje gekocht.
Wat voor een potje?
Een groen potje.
Wat was er in dat potje?
Pap, pap, slabberdepap,
Van den ketel in den lepel,
Van den lepel in den nap;
Slabber op je pap!
Boontjes met ooren,
Een weinig smoren;
Die de boontjes dan niet mag,
Die zegg' de boontjes goeden dag.
Mijn vader is een bakker
En een bakkerszoon ben ik.
Mijn vader bakt de broodjes
En de korstjes die krijg ik.
Wie wel meê naar Zandvoort gaan,
Waar die zoete raapjes staan?
Plukt ze met de hand,
Schilt ze met de tand,
Eet ze met den mond,
Zoete raapjes zijn gezond.
(Rotterdam)
Vrouw, geef me een peentje!
Ik weet niet waar je woont.
Ik woon al op den binnenweg,
Daar groeien de peentjes bij den weg.
Vrouw, geef me een peentje, enz.
Een half centje erwten,
Voor mijn broer Gerritje,
In een wit papiertje,
En een halfje weêrom.
Ik weet wel, wat ik weet:
Die 's avonds op een bankje slaapt,
Is 's morgens vroeg gekleed.
      Ik weet een zang,
      Die duurt niet lang,
Van een spijkerboor en een knijptang.
Klits, klats, klander,
Van d'eene bil op d'ander.
kappe, kappe, kuuske,
Geef me wat in 't huuske,
Sla me met de pan voor 't gat.
O vader, wat klapt dat!
Maantje, hoe schijn je zoo helder,
Vrouwtje, wat doe je in de kelder?
Ik tap het bier voor mijn koetsier,
Pardoes! daar viel het vrouwtje neêr.


<p align=center>[<a target="_top" href="indext.html">Baker- en Kinderrijmen pagina</a>] [<a target="_top" href="/~ljcoster/indext.html">Coster pagina</a>]</p> <p>Bezorgd door <a target="_top" href="http://www.xs4all.nl/~jcdverha/">Joachim Verhagen</a>.<br> Opmerkingen aan: <A HREF="mailto:coster@dds.nl"><em>coster@dds.nl</em></A>.<br>