Maand- dag- en weêrrijmen

Baker- en Kinderrijmen

1

Dertig dagen heeft November,
April, Juni en September,
De andre hebben dertig en één,
Uitgenomen Februari alleen,
Want die heeft er viermaal zeven,
't Schrikkeljaar nog één daarneven.

2

Maartsche buien,
De beduien,
Dat de zomer aan komt kruien.

3

Voorjaar
De daagjes, die daar lengen,
De nachtjes, die daar strengen.

4

       Aprilletje zoet
Geeft nog wel een een witten hoed.
Variatie
Maart roert zijn staart.
April doet wat hij wil.

5

Een sneeuwtje in de slijk,
Een vorstje aan den dijk.

        Sneeuw op slik
Binnen drie dagen ijs, dun of dik.

             Mist
    Geeft vorst in de kist.

6

Maneschijn
De eerste dag zeit niets,
De tweede dag ziet iets,
De derde dag zeit meer,
De vierde zet het weêr.

7

De eerste en tweede zeit niets,
De derde zeit iets
Maar zoo de vierde en vijfde zijn,
Zoo is de gansche maneschijn.

8

    Avondrood,
Mooi weêr aan boord;
    Morgenrood,
Water in de sloot.

9

Een kring om de maan,
Dat kan gaan;
Maar een kring om de zon,
Daar schreien vrouwen en kinders om.


[Baker- en Kinderrijmen pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.