Kinderbezwering, gebedjes, enz.

Baker- en Kinderrijmen

1

Trappeken o, trappeken neêr,
Je krijgt van je leven (dit of dat) niet weêr.

2

Eens gegeven, blijft gegeven,
  Potje met bloed,
't Is mijn eigen speelgoed.

Of:

Eens gegeven, blijft gegeven,
  Potje met bloed,
Alle dagen mijn goed.

3

  Al verkoft
Kan nooit weêr of;
Klink! zegt de bel,
Marsch, naar de hel!

4

Ik heb de hik,
Ik heb ze dik,
Ik heb ze nou,
Ik geef ze jou.

5

Sprik, sprak, sprou,
Ik geef de hik aan jou,
Ik geef de hik aan een ander man,
Die ze best verdragen kan.

Als het regent

6

Schoer regen, trek over, nao 't eiland tou,
Daar woont 'en boer, die het 'en kou,
Die het er gein ein drup waoter tou.

7

(Venloo)
Sinte Katriene
Laot die zonne schiene,
Laot den règen euvergoon,
Det die kinder speule goon.

8

(Canne bij Maastricht)
Gouwe Sinte Catrien!
Laot de zonne schien,
Laot de regen euvergaon,
Laot de kinder nao school goon
Bij eus leven Hier,
Bij eus leve Vrouw,
Laot ze good onthauwen.
       Witte wek,
       Over dek,
Ingelen dans is gesloten.

9

's Avonds, als ik slapen ga,
Volgen me zestien engeltjes na:
Twee aan mijn hoofdeneind,
Twee aan mijn voeteneind,
Twee aan mijn rechterzij,
Twee aan mijn linkerzij,
Twee, die mij dekken,
Twee, die mij wekken
Twee, die mij leeren
Den weg des Heeren,
Twee, die mij wijzen
Naar 's hemels paradijzen.

10

Moeder Marij, bid voor mij,
Dat ik een dik stuk brood krij',
En dat onze Vader zoet
Daar ook boter en kaas op doet.

11

Heerom! zegen deze spijs,
Lang te bidden is geen wijs;
Als er soms een dieven kwamen,
Die ons deze spijs ontnamen,
      Amen!

12

Pater Koevoet!
Bid voor hem, die mij goeddoet,
Voor den bakken en voor den brouwer,
En voor den vleeschhouwer.

13

Peter, peter, poef, paf,
Die de kinders koek gaf,
Gaf er mij geen eene;
Ik kreeg hem bij de beenen,
Ik smeet hem in  het water,
En hij plofte, dat het klatert.

14

Bestje, bestje bramen,
De kat leit in de kramen,
't Hondje leit in 't nestje,
Gouwen, gouwen bestje;
Daar kwam Jaapje met zijn schuit,
Maakt 't heele bestje bramen uit.

15

Amen, bestje bramen,
De hond moest kramen,
De kat moest spinnen,
Om een stukje brood te winnen.

16

         Eetje, peetje, paatje,
         Vuur in 't laatje.
         Ook, smook, amen,
         Morgen komen de kramen,
         Overmorgen is het Met,
Dan krijgen we een dik stuk koek.  Amen

17

N. N. ik doop je,
Het water beloop je,
Het water begiet je,
N. N. hiet je.


<p align=center>[<a target="_top" href="indext.html">Baker- en Kinderrijmen pagina</a>] [<a target="_top" href="/~ljcoster/indext.html">Coster pagina</a>]</p> <p>Bezorgd door <a target="_top" href="http://www.xs4all.nl/~jcdverha/">Joachim Verhagen</a>.<br> Opmerkingen aan: <A HREF="mailto:coster@dds.nl"><em>coster@dds.nl</em></A>.<br>