Nederlandsche Baker- en Kinderrijmen
Vierde veel vermeerderde druk (1894)
Verzameld door Dr. Johannes van Vloten (1818-1883)
- Voorwoord (om over te slaan)
- Deel I
- Toen 't kindje op de wereld kwam
- Handjes en voetjes
"Och, Jantje wil niet huilen",
"Draai er het wieltje nog eens om",
"Klap 'reis in je handjes",
"Handjes in de zij",
"Trararetje trararetje",
"Handje plak!",
"Dao höbs te geljt",
"Houd op jou hand",
"Dit voetje en dat voetje",
"Dag, Jan!, Dag juffrouw!",
"Jan, kan je voor de juffrouw een paar schoenen maken?",
"Torentje, torentje bussekruit.",
"Kintje, modintje",
"Toontje trip, voetje wip"
- De muis in het voorhuis etc.
"A B C",
"Hagel en snee",
"Groen, groen grasje",
"Wat doet het hondje? Wat, waf!",
"Tante Nans",
"Aaltje zat op 't paaltje;",
"Geeze, geeze, goeze gat",
"Jantje",
"Hip maar Ibele! Hip maar Ibele!"
- Slaap, kindje slaap
"Tralderalderaatje,",
"Tikke-takke-toonen,",
"Slaap kindje, slaap",
"Suja, mien lam!",
"Suja, suja, kindje",
"Roe! roe! kind-je",
"Suja, poppedeine,",
"Suze, nanje",
"Klaas Vaak, die komt",
"Kindje ga naar je bed",
"Klaas Vakeling, Klaas Vakeling",
"'t Kindje gaat naar bed",
"Het mantje",
"Vader is naar de stad geloopen",
"Ei-a, po-pei-a",
"Wel te rusten",
"Daar komt de man met zijnen stok"
- De vijf vingers
"Naar bed, naar bed, zei Duimelot",
"Duimelot is in 't water gevallen",
"Duimelot had visch gekocht",
"Deze man heeft een koe gekocht",
"Die heeft in de sloot gelegen",
"Pinkie,",
"Duimeling had een varken gekocht",
"Dumeling"
- In den Haag daar woont een graaf etc.
"Din, din doosje",
"Ziege, zage, manneke",
"Twee kindertjes bij mekaâr",
"In den Haag daar woont een graaf",
"Rijen, rijen, rossen",
"Douw, douw, deine kwam van Brugge",
"Danderomdeine kwam van Brugge",
"Douw, douw, dein, die rare snater",
"Din, din, din, die wou wat praten"
- Paardje rijden
"Kallemoeie reê te pêrde",
"Eun, deun dansen",
"Schok, schok, schok;",
"Ju, ju, paardje",
"Hod hod päertje",
"Huje, paardje, op een draf",
"Paardje, wouje wat harder loopen",
"Ju, ju, paardje",
"Huje, paardje, rijd ter meulen",
"Hop, hop, mijn paardje",
"Wil je niet hooren",
"Straks krijg je haver",
"Hobbel de bobbel m'n besje",
"Hop-hop, hop-hop, paardje",
"Hu, hu, Joken",
"Zoo ridt de akkerman",
"Hoet, hoet, hinke",
"Foart happe! nei Dockum ta",
"Vort, Keddeman, vort",
"Jöddere, jöddere mölen",
"Hup, peerdje meule",
"Ziet, roo rijen de Heeren",
"En Mevrouw van Rosendaal",
"Heideredeintje",
"Hossetent, hossetent",
"Jan-baas had een paardje",
"Joei, joei, joei"
- Witte brood in moeder schoot etc.
"Witte brood",
"Molenaartje, maal je molen",
"Groen, groen grasje"
- Schuitje varen, theetje drinken
"Roeien, roeien naar grootje toe",
"Schuitje varen, zee, zee",
"Schuitje varen naar grootje toe",
"Schuitje varen over de zee",
"Schuitje varen over de zee;",
"Roeien, roeien, kooien",
"Rooien, mekooien",
"Want vader heeft gezeid, dat ik zoo goed kan lezen",
"Kroene kranen,",
"Zwanen, witte zwanen"
- Ik kwam laatst in een poppekraam etc.
"Poppetje zou te kermis gaan",
"Damme, damme, poppen",
"Ik kwam laatst in een poppenkraam",
"Jantje zou eens kermis houên",
"Goeie morgen, tante Kaatje",
"Goeien avond, tante Betje;",
"Klein, klein muisje!",
"Naatje!",
"Hoe laat is 't?"
- Naatje ben je boven etc.
"Naatje ben je boven",
"Naatje, ik wil je wat beloven",
"Betje, ben je boven",
"Moeder Melet, Moeder Melet",
"Twee emmertjes water halen",
"Bom, bam beieren",
"Laat loopen den gek",
"Bake-meui, al naar de moede",
"Vader en moeder slaapt bij mekaâr",
"Klop, klop hamertje",
"Ake bake, boonen kraken",
"Hake bake, noten kraken",
"Meester, mag ik naar huis toe gaan:",
"Daar slaat de klok, de heilige bel",
"A,b,c,d,e,f,g, Meester die jongens brengen knikkers mee.",
"Moeder, mag ik meêgaan?",
"Vader en moeder mijn schrift is uit",
"Daar stond een juffrouw in de deur",
"Achter de kerk, daar leit een muis",
"Op den berg daar staat een huis",
"Achter 't kasteel daar licht 'n blok",
"Achter de kerk daar stond een huis",
"Achter het hoes dao lik ene blok",
"As ver bakken, bakker ver brood",
"Klein, klein, kinneke",
"Achter et gardinke",
"Almanak, leugenzak"
- De dominee van Urk e.a.
"De dominee van Urk",
"O, oven, o oven!",
"De bisschop van Munster,",
"Amsterdam, die groote stad",
"In Engeland, in Engeland",
"Ik wist niet wat ik eten zou",
"Prins Robbert was een gentelman",
"Daar komt Pauwel Jonas aan",
"Daar komt kleine Thomas aan",
"Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven",
"Ein broeck en bein",
"Tut, tut, lieve Jan Tut",
"Suja, suja, boeren Jan Trip",
"Kom laten wij eens zingen van Blommetje den hond",
- Bom, bam, de klokken luien e.a.
"Bom, bam, de klokken luien",
"Bom, bam, de klok die luidt",
"Knip, knip, tangetje",
"Klop, klop hamertje",
"Tobias liet zijn paarden beslaan",
"Bestje keek in 't knekelhuis",
"Hobbel den bobbel, zei besje",
"Moeder, moeder! de is los",
"De beer is los, de beer is los",
"De bakker op den hoek",
"Een, twee, drie, vier, vijf",
"Ut, rem mi, fa, sol",
"Jan Piet, Jan Piet, Jan Pierewierewiet",
"Daar zaten zeven kikkertjes",
"Daar waren zeven kikkertjes al in een boerensloot",
"Poot aan poot, Louw is dood",
"Lot is dood, Lot is dood",
"Pierlala lei in de kist",
"Pierlala zijn vader was dood",
"'t Was donker, dat je niet zien en kon",
"Juffrouw, wil je moesjes koopen",
"Meisje maat, meisje maat",
"Katje, poesjenelletje",
"Klein, klein kleutertje",
"Een kind in 't water",
"Ouwe Jan en jonge Jan",
"Twee mannetjes waterhalen",
"Jonge Jan de jager"
- Adam en Eva
"Adam en Eva",
"Kaïn sloeg Abel"
- Holle bolle Gijs e.a.
"Juffrouw, wilje je jongetje verbieden",
"Tire lire let",
"Heb je niet gehoord van dien hollebollewagen",
"Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven",
"A. B. bof!",
"A. B. bot!",
"A.B.C,",
"A. B. Brechtje",
"Of, dof!",
"Jaep, Jaep, Jeude",
"Köpken in moaneschien",
"Ik zeug zo gèr no Kèvele goan",
"Buiten in de biezen",
"Daar was eens een boertje van Wensveen",
"Katje-poesje-nelle",
"Hansje knipperdolletje",
"Krullebolletje ging eens wandelen",
"Wie gaot met? Wie gaot met",
"Jan mijnen man wou ruiter worden",
"In de glupert zat een haasje, dat sliep",
"Daar zat een aapje op een stokje",
"Jan oom",
"Meester Pik",
"Hansje Pek zat op het hek"
- Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs
e.a.
"Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs",
"Kees, Kees, Waar ben je geweest",
"Alias zat in de kas",
"Daar was eens een koning",
"Louw, Louw, leelijke Louw",
"Waitje wel, waar Jan-man woont",
"Jan mijnen man",
"Loop, loop, loop,",
"Din, din, din,",
"Moeder, als je me kousen koopt",
"Abrikozen Maartje",
"Achter in ons keukentje",
"Jantje, trek je wantjes an",
"Naar de kerk, zeit ze",
"Kom naar boven, zeit ze, op mijn kamer, zeit ze",
"Laastmaal kwam ik binnen Romen",
"Juffrouw, wil je mijn beestje eens zien",
"Wel, wat zeg je van mijn kippen",
"Narre, narre, narre",
"Jan die sloeg Lijsje",
"Daar was een vrouw, die koeken bakken zou",
"Er was eens een man, en die heette Oom Jan",
"Wie gaat er mee naar Zwolle",
"Buiten het raampoortje",
"Ik heb een potje gekocht",
"Boontjes met ooren",
"Mijn vader is een bakker",
"Wie wel meê naar Zandvoort gaan",
"Vrouw, geef me een peentje",
"Een half centje erwten",
"Ik weet wel, wat ik weet",
"Ik weet een zang,",
"Klits, klats, klander",
"kappe, kappe, kuuske",
"Maantje, hoe schijn je zoo helder"
- Klompertje en zijn wijfje e.a.
"Klompertje en zijn wijfje, die gingen eens vroeg opstaan",
"Heila, boer! De brei is zoer",
"Woar is hier de moane",
"Wie wil nou de bokse lappen",
"Ach moeder, de vänke zeen dood",
"Woveur kriescht du",
"Et rägent, et säegent",
"'t Regent zeer, 't wordt mooi weer",
"Hobberdobberdob, soldaten trekken op",
"Dat gaat naar Batavia",
"Mijn man is tam-boer, en ik ben taboers' wijf",
"Rom, bom, bom, zoo slaat de trom",
"Hinkedepink zat op de klink",
"Jan Kiekel en Jan Kakel",
"Rij al oet, wagen, wagen",
"Veer hebben den haon geslagen",
"Veer hebben de mode",
"Heb je niet gezien Jan Jansen met zijn Paard",
"Hansje van Tiggelen en Pietje van Zwol",
"Van turelure letje, de boer die liet een wind",
"Klein, klein keuteltje,",
"Altijd is Kortjakje ziek",
"Annemarie van de Visschersdijk",
"Ik wou, dat ik was een boterblom",
"Mooie meisjes, mooie blommen",
"Die gaperig is en slaperig is",
"Holder de bolder, de kat op de zolder",
"Eerst een raap,",
"Ik ben zoo riek,",
"'k Heb geen cent,"
- Scheldrijmen
"Lurk op je duim,",
"Adaat, lurketaat",
"Adat, ik weet wat,",
"Klikspaan, Armiaan!",
"Klikspaan, Boterhaan",
"Klikspaan, Halve maan",
"Dief, dief, dange",
"Ben je boos?",
"Rojen Haan,",
"Fidel, di, dom,",
"Jan van Loenen",
"Douwe,",
"Bearn",
"Frans!",
"Antje!",
"Arenout",
"Snijder, snijder,",
"Snider!",
"Och! m'en lieve tijd",
"Smid, smid!",
"Smidsje, smidsje, tingeling",
"De kûper ....",
"Ante, koerante,",
"To Tsiummearum",
"De Joure is 'n flek",
"Dockum in 'n oud stad",
"Op Foxhol, op Foxhol"
- Feestrijmen
- Nieuwjaar
"Gelukkig Nieuwjaar",
"Veel geluk in 't nieuw jaar",
"'k Wensch je veel geluk en zegen,",
"Dag vrouw, dag man, dag allegaâr!",
"'t Is Nieuwejaar, ik sta hier buiten:",
"Nieuwejaartje komt in 't land;",
"Nieuwejaartje zoete",
"Op Nieuwejaarsavond"
- Driekoningen
"'t Keersken, 't keersken onder de been",
"Wie daar meê doet",
"Keuningskaarsje!",
"Driekoningen, driekoningen"
- Vastenavond
"Vastenavond, hoenderkind",
"Ik heb zo lang met den foekepot geloopen",
"'k heb zoolang met den rommelpot geloopen",
"Vrouw, 't is vasteavond, ho, man, ho",
"Et se vastelaven is",
"Boven in de hanebalk"
- Palmpasen
"Palm, palm-paschen, hoe rei, koerei",
"Palm-, palm-paschen",
"Palm-, palm-zondag",
"Eén ei is geen ei"
- Pasen
"Hei, koerei, 't is mijn ei",
"Heb i ook 'en olde mande",
"Heb je ook olle wanne",
"Vrouw, vrouw geef ons een ei"
- Luilak
"Luilak, zonder verdriet",
"Lange slaper,",
"Slaapkop, doedelkop"
- Pinksteren
"Päenkste broet"
- Sint Jan in den zomer
"Hout, hout, timmerhout"
- Sint Nikolaas
"Sint-Nicolaas van Tolentin",
"Sinterklaas, goed heilig man",
"Sinterklaas, die guie man",
"Sinter Klaos, rom, bom, bom",
"Sinterklaas, bonne, bonne, bonne",
"Sinterklaasje, bisschop",
"Sinterklaas, kapoentje",
"Sinte Niklaas bisschop, goed heilig man",
"Sinterklaas Nikkel",
"Sinte Niklaas",
"Sinterklaasje! bon, bon baasje",
"Sint Niklaas, goedige bloed",
"Sinterklaas, die goeie heer"
- Sint Maarten
"Vandaag is 't Sinte Marten",
"Sinte Marten is zo koud",
"Rood, rood rokje",
"Sinte, Sinte Marten",
"Een zakje met zemelen,",
"Heite Sunte-Marten",
"Sunte Moarten oavent",
"Sinter Merte's veugelke",
"Van daag is het Sinter Merte",
"Soldaatje, staat te beven",
"Sinte Maarten, bietebout",
"Sinte Maarten bisschop",
"Kip, kap, kogel,",
"Stook vier, maak vier",
"Sinte Meerten had een koe",
"Sinte Martens veugeltje"
- 12 November (dag na St. Maarten)
"Keersje, keersje, overloop"
- Kerstmis
"Kerstavondje, kerstavondje"
- Verjaarsrijm
"Het is van daag geleden",
"Deze strik heb ik gebonden"
- Bij het kloppen der meifluitjes
"Sap, sap, siepe",
"Siep, sap, houtje",
"Ziep, ziepe"
- Vogelrijmen, enz.
"Karre, karre, kiet, kiet, kiet",
"Koekoek,",
"Op Sint Jan",
"Koekuit,",
"Ooievaar,",
"Eabarre! Winebarre!",
"Earrebar langebien",
"Ooiefaeaer, wat heb je lange bienen",
"Euver, euver, pielepoot,",
"Ooievaar, lange poot",
"Ooievaar, lepelaar,",
"Ooievaar met je lange poten",
"Ooievaar, ooievaar, wat heb je een lange beenen",
"Och, moeder, mijn protter is dood",
"Vleêrmuus komt 's avonds thuus",
"Vleremuis,",
"Mosjepik, mosjepik",
"Piilant, Piilant",
"Seekob!",
"Kwikstart! Blijhart!",
"Aekermantje, wipp up steert",
"Toen ik weg ging, waren alle kistjes en kastje vol",
"Heuningbieken, kom er es veur",
"Wouter kabuis, kom uit je huis"
- Maand-, dag- en weêrrijmen
"Dertig dagen heeft November",
"Maartsche buien",
"De daagjes, die daar lengen",
"Aprilletje zoet",
"Maart roert zijn staart",
"April doet wat hij wil",
"Een sneeuwtje in de slijk",
"De eerste dag zeit niets",
"Avondrood,",
"Een kring om de maan"
- Spring- en dansrijmen
"Kloentje, kloentje garen",
"Kluwetje, kluwetje garen",
"Som keeren, som keeren,",
"'k Heb een rood, rood spiegeltje gevonden",
"Kaatje-moei heeft haar hondje verloren;",
"Krispijntje, begijntje, hoe spin jij je vlas zoo fijntjes",
"Tuin, tuin, harde tuin,",
"Los, los, harde los,",
"We dansen een dansje al onder ons drieën",
"Trip, man trê",
"An Jan Jansen,",
"Endje dentje doerlen dijntje",
"Akeleie, zilvre schreie",
"Daar stond een korfje op de kist",
"Wie gaat er meê naar de schermschool toe",
"Ik kwam laatst in een schermschool",
"Daar komt een vrouwtje aangeloopen",
"Tusschen Keulen en Parijs",
"Laat ons dansen in den kring",
"Op de markt huppelepup",
"Schoenlappertje zou uit lappen gaan",
"Schoenlappertje vetleer",
"Groene granen,",
"Rooie, rooie, rondedans",
"Roze- roze-meie",
"Lange, lange, riege",
"Blauw, blauw blümke ien den hoed",
"Rozebloemen op mijn hoed",
"Ik heb een bloem al in mijn hand",
"Ik heb eene meiboom in de hand",
"'t Is hier al zoo nat en glad onder mijne voeten",
"Daar ging een patertje langs de kant",
"Zesmaal doen en zesmaal is geen zeven",
"Daar ging een patertje langs den kant",
"Nonnetje, jij moet scheiden gaan",
"In Holland staat een huis",
"Lieske in de kamer",
"Ik heb mijn geld op hoopen gesteld",
"Hei! zei hij, en 't meisje zie:",
"De brand is in de lantaren",
"Ik zeider wel Jaap",
"Hop, Marjannetje",
"Hopsa, Jannetje,",
"Moeder, ek heb met Kaatje gedanst,",
"Toen ik op den kerkhof kwam",
"Hedde niet gehoord van den zeuven, den zeuven",
"Jantje, stootje je teentjes niet",
"Vreuneke, teuneke, blierebloan",
"Jan dikkendrol, Jan dikkendrol",
"Jan Huigen, Jan Huigen",
"Haken en oogen",
"Haken en lussen",
"Havertje zaaien,",
"Hansje sokken",
"Ik kwam laatst door een boôgaard gaan",
"Kruip door, sluip door",
"Daar kruipt een vogeltje",
"Eén, twee, drie, vier",
"Hoedje van papier",
"'k Wou zoo graag een ketting breien;",
"Houd open, houd an",
"Strijd maar voort, de jonkersknecht",
"Poort open de baan"
- Verdere speelrijmen
- Zakdoekje leggen
"Ei kokkerei! de klok zal leggen",
"Geel ei, groen ei",
"Doekje leggen",
"Vischje leggen",
"Achter 't gordijntje"
- Krui-wagentje
"Lange wagen, krui wat voort",
"Wagen, wagen, rij maar voort"
- De koningsdochter
"Wie zit er in 's konings huisje",
"Wie zit er in den hoogen toren",
"Wie woont hier onder den toren",
"Schoone juffrouw Horen",
"Wie zit er binnen",
"Wie zit in den gouden ketel",
- De kanonniken
"Daar kwam eens een kanonnikje aan",
"Daar komt al éé kanonneke aan",
"Do kump den hier van Walbeck aan",
"Van waar komt gij getreden?",
"Van waar komt gij gegaan,",
"Wil je 't avond tot mij komen? Schuttelaar ende mosselman",
"Nichtje, nichtje, ik noô je te gast"
- Krijgertje
"Maarte, wat doe je daar",
"Vrouw, vrouw Hanekuik!",
"Vrouw, wat naai je",
"Moeders, wat naait ge",
"Klop, klop!",
"Wie klopt daar?",
"Spoukien, spoukien, Hillebrandt",
"Mol, mol, waar is de mol?",
"Pieperdemuis, waar zit je",
"Herder, laat je schaapjes gaan",
"Schaapherder, schaapherder, jaag deur je schapen",
"Soldaatje, soldaatje, kom uit den hoek",
"Kom over! -",
"Hansje, mijn knecht!",
"Pieternelle! waar woon je",
"Vrouwtje, verkoop je nog tin"
- Blindemannetje en anderen
"Zoek spelden",
"Bok, bok, sta vast!",
"Olderman, olderman, hier hebben wij eenen misdadigen man",
"Ruiter en paard!",
"Hooge berg mijn",
"Kakkeman, stoultje",
"Mijn huis brandt af"
- touwtjespringen
"In spring, de bocht gaat in",
"Slijp scheer ende mes",
"Ons, dons, didel, doedel, dansen",
"Rozen bloeien op mijn hoed",
"Oesje, kardoesje, wat heb je in den zak",
"Marijken, Marijken",
"Een jasje gekocht",
"Eerste begin is kattengespin"
- bikkelen
"Zwarte Willemijntje zat achter 't gordijntje",
"Mooi Heintje zat achter 't gordijntje",
"Ik bouw een huisje",
"Anne de pop"
- ballen
"Hein de bal",
"H - heinderdebal"
- Touter- of schommelrijmen
"Wippen",
"Eén, twee, drie, Mijn zuster heet Marie",
"Schippertje 'oudt er je toutertje vast",
"Schommel, schommel, Joosje",
"Schommel, schommel meie",
"Intele, tintele, tentele",
"Schoppelooten, dirksendooten",
"Schoppe, schoppe, meien, de bruid die komt van Leien",
"Touter,",
"Achter op mijn meujes plaats,",
"Kelfke, kelfke weije",
"Bloed, bloed, varken",
"Daar zat een wevertje op zijn getouw",
"Wie zit daar op den toren",
"Daar binnen, daar buiten"
- Pandverbeuren
"Hitteremit, wiens pand is dit",
"Ulle, wulle, wit, wiens pand is dit",
"Alle vogels vliegen",
"Stommetje, stommetje onder den deken",
"Een oud, oud vrijertje, die vrijde over mijn",
"Ik kwam eens in mijn aliko",
"Hier is de sleutel van den Bibelabontsche berg",
"Hier is de sleutel van Sint Andries,",
"Daar heb je den sleutel van de gekropte duif",
"Hier is de sleutel van den haverzak",
"Dit is de sleutel van de Muiderpoort,",
"Daar gingen eens drie oude wijfjes over een zwik-zwak bruggetje",
"Er waren drie eendjes in een pontje",
"Daar was ereis een mannetje, dat was niet wijs",
"Aleer ik was een edelman, een grietman, en een koopman",
"Ik, edele ridder"
- Verhalen en liedjes
"Daar was ereis 'n mannetje",
"Keutje wou niet naar schole gaan",
"Wanneer, ga je naar Amsterdam, Barendneef",
"Moeder, wanneer is 't kermis",
"Ik voer laatst over de Maas, laridaas",
"Ik ging laatst over de zee, Dideldee",
"Te Maas- te Maaslandsluis,",
"Ik had een wagen vol geladen",
"'t Is veertien dagen nu geleên",
Het lied van 't Bestje,
Het lied van den boom,
Het lied van 't nonneken,
Leugenliedje,
"Toen 'k lest in Lombardije kwam",
"Dao kwaom ik in en hoes",
"Karne, karne boter"
- Tel en aftelrijmpjes
"Eun, deun, dip",
"Eene, weeze, wes",
"Eeze, beeze, ban",
"Achter den molen leit een blok",
"Anemane, mikkelemee",
"Eune, deune, derf",
"Engeltje, drengeltje, dros",
"Eenmaal, tweemaal, zesmaal zeere",
"Eunum, deunum, dip",
"Onder het tafeltje, waar ik zat,",
"Te Rotterdam op de Keizersbrug",
"Onder de brug daar leidt een muis",
"Eéén, twee, een kopje thee",
"Iene, miene, mutten",
"Iene, miene, makken",
"Eene, meene, mukken",
"Ieze, wieze wellen",
"Engel, drengel, drongel, dros",
"Groen, groen grasje",
"Eunom, deunom, dres",
"Ane, drane, druivendressen",
"Engel, bengel, druivendres,",
"Hobbel den bobbel, den dominee",
"Inke, tinke, tullepetijnen",
"Mijn vader zou laatst een kistje beslaan",
"Amsterdam, die groote stad",
"Mijn vader zou eens een raampje beslaan",
"Onder de groene boomen",
"Rommelbussie, rommelbussie",
"Een, twee, kopje thee",
"Roer om de pot",
"Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht",
"Achter de kerk daar leit een blok",
"Wao is Piet, wao is Klaos",
"Dao kwaom ei menke van Mestreech",
"Aoke kraoke",
"Hake, bake mote krake",
"Ona, dona tanta roma",
"Eune deuneke Sint Marie",
"Eiken - beuken - berkenhout",
"Ik wil wedden om een vaan",
"Ein, twee, dao,"
- Raadselrijmen
"Groen zijn de muren",
"Vijf harten, vijf starten",
"Hoog geklommen, laag gedaald",
"Als ik was jong en schoon,",
"Iete patiete in de hagen",
"Daar ging een meisje over het land",
"Daar liep een dingetje over den dijk",
"Daar loopt een beestje over den dijk",
"Ikkerdebik zat op de wagen",
"Ekkie-rekkie zat op 't hekkie",
"Witje, watje zat op 't hek",
"Hummeltje Tummeltje klom op den wagen",
"Keizer Karel had een hond",
"Kook, die koud is",
"Aal, is een zwaar maal",
"Mejuffrouw eenoog, rond en net",
"In Holland kom ik nooit",
"Oude, grijze, grauwe",
"Meleke, meruleke",
"Daar staat een boom in 't Westen",
"Er waren vier oude wijven",
"Achter in mijn vaders tuin",
"Achter in ons tuin",
"Achter in mijn buurmans tuin",
"Wikker-de-wakker",
"Ik heb van hooren zeggen",
"Een houten huisje",
"Daags in 't een gouden knoop",
"Jij uit der aarde, wat doe je hier",
"Op den dijk daar staan twee palen",
"Daar was een vogel vleugelloos",
"Juffrouw de Lange",
"Daar ging een mannetje over den brug",
"Ik ken een man hier in het land",
"Daar staat een man in 't hout,",
"In Holland verkeer ik,",
"Juffrouw Tuit is altijd uit",
"Kleine Rintje zat in 't spindje",
"Tweebeen zat op driebeen",
"Holderdebolder",
"Eerst zoo wit als vlas",
"Daar staat een juffrouw in de deur",
"Een man, die daags een daalder won",
"Van boven plat en van onder plat",
"Een holle moêr en een kromme vaâr",
"Ik keek naar buiten, en 't leek me wonder:",
"'t Is in de vrouw en niet in de man",
"Ik ken een vreemde en wonder dier"
- Kinderbezwering, gebedjes, enz.
"Trappeken o, trappeken neêr",
"Eens gegeven, blijft gegeven",
"Al verkoft",
"Ik heb de hik",
"Sprik, sprak, sprou",
"Schoer regen, trek over, nao 't eiland tou",
"Sinte Katriene",
"Gouwe Sinte Catrien",
"'s Avonds, als ik slapen ga",
"Moeder Marij, bid voor mij",
"Heerom! zegen deze spijs",
"Pater Koevoet",
"Peter, peter, poef, paf",
"Bestje, bestje bramen",
"Amen, bestje bramen",
"Eetje, peetje, paatje,",
"N. N. ik doop je"
- Taal- en uitspraakrijmen
"Daar kwam een dief - larron",
"Een os - un boeuf",
"'k Heb gevonden - j'ai trouvé",
"Daar was een smid - attivit",
"De kat die krabt de krullen van de trap",
"Kamdraad, om verkens te ringen",
"Drie drooge doeken",
"David deê den Duivel dansen",
"Mijn moeder maakt me mooi"
Er zijn nog meer anonieme versjes in
de bloemlezing.
Laurens Janszoon Coster
Nederlandse klassieke literatuur in electronische
edities
Opmerkingen aan: coster@dds.nl
De hier beschikbaar gestelde teksten vallen buiten het kopijrecht. Ook de
HTML-versies mogen wat ons betreft vrijelijk gebruikt worden voor studie of
genoegen. Neem alstublieft kontakt op met coster@dds.nl wanneer u ze gebruikt voor
handelsdoeleinden.