pandverbeuren

Baker- en Kinderrijmen

1

Hitteremit, wiens pand is dit?
Mijn, mijnheer!  Wees zoo goed en geeft het weêr.
Wat wil je er voor doen?
Al wat et toe staat.
Vraag dan maar aan .... om raad.

Of:

Ulle, wulle, wit, wiens pand is dit?
Mijn, mijnheer!  Wees zoo goed en geeft het weêr.
Wat wil je er voor doen?
Al wat et toe staat.
Vraag dan maar aan .... om raad.

2

Alle vogels vliegen!
Licht op je hand,
Of je geeft een pand.
Alle leeuwen vliegen!
Betje (of wie anders) licht op haar hand,
Betje geeft een pand.
Alle kikkers vliegen!
Kootje, enz. licht op zijn hand,
Kootje geeft een pand,
enz. enz.

3

Stommetje, stommetje onder den deken.
Niet te lachen of niet te spreken,
Niet je tandjes te laten blinken,
Niet je gatje laten stinken,
Of anders verbeur je een pand,
Al was het de ring van je moeders rechterhand.

4

Een oud, oud vrijertje, die vrijde over mijn,
Een mooi, mooi rokje, dat kreeg ik van zijn,
En dat rokje dat hij mij kocht
   Tegen mijn wille,
Zoo met mijn billen, zoo met mijn billen,    (Schud met billen)
Mijn billen, die stonden niet stille.

Een oud, oud vrijertje, die vrijde over mijn,
Een mooi, mooi mutsje, dat kreeg ik van zijn,
En dat mutsje dat hij mij kocht
   Tegen mijn wille,
Zoo met mijn hoofdje, zoo met mijn hoofdje,  (schud met hoofd)
Mijn hoofdje, dat stond niet stille.

Een oud, oud vrijertje, die vrijde over mijn,
Mooie, mooie mofjes, die kreeg ik van zijn,
En die mofjes dat hij mij kocht
   Tegen mijn wille,
Zoo met mijn handjes, zoo met mijn handjes,  (schud met handjes)
Mijn handjes, die stonden niet stille.
(verder nog dasje, schoentjes, enz. tot het gansche lichaam in schuddende beweging komt.)

5

Ik kwam eens in mijn aliko,
Wat vond ik daar?  Een mooi mesje.
Het eerste meisje, dat daar kwam,
Dat meisje heette Hesje.
Zoo speelt Hesje, met haar ivoren mesje.

Ik kwam eens in mijn aliko,
Wat vond ik daar?  Een mooi schaartje.
Het tweede meisje, dat daar kwam,
Dat meisje heette Saartje.
Zoo speelt Saartje, met haar mooie schaartje.

Ik kwam eens in mijn aliko,
Wat vond ik daar?  Een mooi stoeltje.
Het derde meisje, dat daar kwam,
Dat meisje heette Roeltje.
Zoo speelt Roeltje, met haar mooie stoeltje.

Ik kwam eens in mijn aliko,
Wat vond ik daar?  Een mooi mandje.
Het vierde meisje, dat daar kwam,
Dat meisje heette Santje.
Zoo speelt Santje, met haar mooie mandje.

6

Hier is de sleutel van den Bibelabontsche berg;
Op den Bibelabontsche berg staat een Bibelabontsch huis,
En in dat Bibelabontsch huis wonen Bibelabontsche menschen,
En die Bibelabontsche menschen hebben Bibelabontsche kinderen,
En die Bibelabontsche kinderen eten Bibelabontsche pap,
Met een Bibelabontsche lepel uit een Bibelabontsche nap.

7

Daar hebje den sleutel van den Bibelabontsche poort,
      Geef hem zonder lachen voort,
      Zonder lachen, zonder schreien, enz.

8

              Hier is de sleutel van Sint Andries,
                Die op zijn fluit blies.
      Hij blies op zijn fluit, en snê een stukje van zijn tuit.
              Toen kwam Pater Pieter Peutelaar
              En Mater Mietje Mentelaar,
En die bonden de fluit en die tuit aan den zolder vast,
En toen ze die fluit en die tuit aan den zolder hadden vastgeregen,
Kwam het heele hutje en mutje naar beneden gezegen.

9

Daar heb je den sleutel van de gekropte duif;
      Op zijn kop draagt hij een kuif,
      In zijn hart van diamant,
      Daar staat voor altijd ingeplant
      Mijn naam en mijn liefjes naam;
      Mijn naam is ....

10

(Nijmegen)
Hier is de sleutel van den haverzak,
Waar de man op zat
Die 't hondje droeg,
Die 't hondje door de (het) koren joeg.
Toen kwam er op eens een dolle begijn,
Die vroeg aan mijn,
Of hispel-kwispel-kwaspel-kwijn,
Kwarremaker-kworremerijn
Wel goed voor mij zou zijn!
"Ja," zeide hij, "neen" zeide zij.
Wat zou dat, gestoofd, lekker zijn,
In een fijn glas,
Als 't hard gebakken was!

11

       Dit is de sleutel van de Muiderpoort,
       Breng hem zonder lachten voort.
       Er leit een schuitje van Amersfoort,
't Is belaân met isme-krisme-krasme-krullemarijn,
De schipper van 't schuitje met isme-krisme-krasme-krullemarijn,
Die vraagde aan mijn,
Of isme-krisme-krasme-krullemarijn,
Wel goed voor zijn papieren zou zijn.

12

Daar gingen eens drie oude wijfjes over een zwik-zwak bruggetje,
De een, die heete vrouw Biba, die tweede vrouw Biba-de-Binka,
En de derde vrouw Sina-snikma-knikker-de-knikna.
Toen nam vrouw Biba een steen,
En smeet die naar vrouw Biba-de-Binka haar scheen,
Zoodat vrouw Sina-snikma-knikker-de-knikna daarom green

13

Er waren drie eendjes in een pontje,
Het eene heette Bontje,
Het tweede heette Grontje,
En het derde Klisklasklepelklontje.
Dat vond eens een klontje
En wou het niet geven aan Bontje.
Toen name Bontje een steen,
En gooide die naar Klisklasklepelklontjes been.
"Wel foei, Bontje!" zie toen Grontje,
"Neem jij een steen,
"En gooi je dien naar Klisklasklepelklontjes been!"

14

(Zeeuws-Vlaanderen)
Daar was ereis een mannetje,
Dat was niet wijs;
En die bouwde een huisje
Al op het ijs;
En hij wou, dat hij een hoentje had,
       Tjip, tjip, mijn hennetje,
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij wou, dat hij een haantje had,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij wou, dat hij een schaapje had,
Blè heet mijn schaapje,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij wou, dat hij een kalf had,
Roodkalf, zoo heet mijn kalf.
Blè heet mijn schaapje,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij woû, dat hij een koe had,
Namentoe, zoo heet mijn koe.
Roodkalf, zoo heet mijn kalf.
Blè heet mijn schaapje,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij wou, dat hij een paard had,
Vlasstaart, zoo heet mijn paard.
Namentoe, zoo heet mijn koe.
Roodkalf, zoo heet mijn kalf.
Blè heet mijn schaapje,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij woû dat hij een wagen had,
Welbehagen heet mijn wagen.
Vlasstaart, zoo heet mijn paard.
Namentoe, zoo heet mijn koe.
Roodkalf, zoo heet mijn kalf.
Blè heet mijn schaapje,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij wou, dat hij een knecht had,
Alberecht, zoo heet mijn knecht.
Welbehagen heet mijn wagen.
Vlasstaart, zoo heet mijn paard.
Namentoe, zoo heet mijn koe.
Roodkalf, zoo heet mijn kalf.
Blè heet mijn schaapje,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij wou, dat hij een meid had,
Welbereid, zoo heet mijn meid.
Alberecht, zoo heet mijn knecht.
Welbehagen heet mijn wagen.
Vlasstaart, zoo heet mijn paard.
Namentoe, zoo heet mijn koe.
Roodkalf, zoo heet mijn kalf.
Blè heet mijn schaapje,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij wou, dat hij een vrouw ahd,
Hou en trouw, zoo heet mijn vrouw.
Welbereid, zoo heet mijn meid.
Alberecht, zoo heet mijn knecht.
Welbehagen heet mijn wagen.
Vlasstaart, zoo heet mijn paard.
Namentoe, zoo heet mijn koe.
Roodkalf, zoo heet mijn kalf.
Blè heet mijn schaapje,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

En hij wou, dat hij een kind had,
Welbemind, zoo heet mijn kind.
Hou en trouw, zoo heet mijn vrouw.
Welbereid, zoo heet mijn meid.
Alberecht, zoo heet mijn knecht.
Welbehagen heet mijn wagen.
Vlasstaart, zoo heet mijn paard.
Namentoe, zoo heet mijn koe.
Roodkalf, zoo heet mijn kalf.
Blè heet mijn schaapje,
Kibbeldekaan zoo heet mijn haan.
       Tjip, tjip, mijn hennetje.
's Avonds in de korte kooi
En 's morgens in het rennetje. -

15

Aleer ik was een edelman, een grietman, en een koopman,
Toen kocht ik mij een huis;
En al de luiden vraagden mij, hoe dat mijn huis wel heette:
Sta-vast zoo heet mijn huis.
Kraaie-raaie-raantje, zoo heeten al mijn haantjes.

Aleer ik was een edelman, een grietman, en een koopman,
Toen kocht ik mij een schaap;
En al de luiden vraagden mij, hoe dat mijn schaap wel heette:
Trip-en-traap zoo heet mijn schaap
Sta-vast zoo heet mijn huis.
Kraaie-raaie-raantje, zoo heeten al mijn haantjes.

Aleer ik was een edelman, een grietman, en een koopman,
Toen kocht ik mij een paard;
En al de luiden vraagden mij, hoe dat mijn paard wel heette:
Draaf maar hard zoo heet mijn paard,
Trip-en-traap zoo heet mijn schaap
Sta-vast zoo heet mijn huis.
Kraaie-raaie-raantje, zoo heeten al mijn haantjes.

Aleer ik was een edelman, een grietman, en een koopman,
Toen kocht ik mij een koe;
En al de luiden vraagden mij, hoe dat mijn koe wel heette:
Hamoe zoo heet mijn koe,
Draaf maar hard zoo heet mijn paard,
Trip-en-traap zoo heet mijn schaap
Sta-vast zoo heet mijn huis.
Kraaie-raaie-raantje, zoo heeten al mijn haantjes.

Aleer ik was een edelman, een grietman, en een koopman,
Toen kocht ik mij een wijf;
En al de luiden vraagden mij, hoe dat mijn wijf wel heette:
pijn-in-'t-lijf zoo heet mijn wijf.
Hamoe zoo heet mijn koe,
Draaf maar hard zoo heet mijn paard,
Trip-en-traap zoo heet mijn schaap
Sta-vast zoo heet mijn huis.
Kraaie-raaie-raantje, zoo heeten al mijn haantjes.

16

Ik, edele ridder,
Kom van (dien) edelen ridder,
Om aan u, edele ridder, te berichten,
Dat heden avond is aangekomen
De baron van Zoomstroom,
Aan hebbende een groene rok met glimmende knoopen,
Lange laarzen met zilveren sporen,
Een een weitas op zijn zij,
Waar een klein vogeltje uit stak,
En dat vogeltje dat riep
Van Pieperdepiep


<p align=center>[<a target="_top" href="indext.html">Baker- en Kinderrijmen pagina</a>] [<a target="_top" href="/~ljcoster/indext.html">Coster pagina</a>]</p> <p>Bezorgd door <a target="_top" href="http://www.xs4all.nl/~jcdverha/">Joachim Verhagen</a>.<br> Opmerkingen aan: <A HREF="mailto:coster@dds.nl"><em>coster@dds.nl</em></A>.<br>