De kanonniken

Baker- en Kinderrijmen

1

Daar kwam eens een kanonnikje aan,
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
Wat wou dat kanonnikje halen?
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
Ik wou jou dochter Jantje wel halen.
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
Van juffrouw Diene Frankien, Spaansche drankien, Spaansche noot.
Wat wou je met mijn dochter Jantje doen?
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
Ik wou haar een fikschen vrijer geven.
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
Wat voor vrijer zou dat wezen?
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
Kom, laat dat onze Piet Smul maar zijn,
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
Die vrijer is toch al te min.
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
Kom, laat het dan Klaas Plak maar zijn,
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
Die vrijer is toch al te min.
Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
  Dan zal het onze Willem zijn.
  Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
  Daar heb je mijn dochter met eeren,
  Zij mag er meê verkeeren.
  Kom, laat ons dan maar henengaan,
  Van ei-frank, van oliefrank, van oliefrank-kanonikje.
  Van juffrouw Diene Frankien, Spaansche drankien, Spaansche noot.

2

Daar komt al één kanonniken aan,
    Van elepha, van elepha,
        Kanonneke.
Wat komt dat één kanonneke doen?
    Van elepha, van elepha,
        Kanonneke.
Het komt al ééne dochter halen.
    Van elepha, van elepha,
        Kanonneke.
Welke dochter zal dat wezen?
    Van elepha, van elepha,
        Kanonneke.
Dat zal Marieke wezen.
Marieken en zult ge niet krijgen.
We zullen u op de steenpot zetten.

3

(Hament in Limburg)

(De kinderen staan op eene rei, één staat alleen tegenover de rei en gaat eerst voor- en dan achteruit, terwijl het 1ste couplet wordt gezongen. Bij het 2de couplet doet de rei hetzelfde. Zoo gaat het voort tot het 8ste couplet; dan kiest het kind er één uit de rie en allen dansen in het rond. Het spel begint dan opnieuw met: "Daar komen al twee kannonnekes aan," enz.)

Daar komt al éé kanonneke aan
  Van hooge jooge jis,
Al met een gouden tonnetje.
Sippele, sappele, sonnetje;
  Boter bij de visch;
  Hooge, jooge jare, jis,

Wat komt dat één kanonneke doen?
  Van hooge jooge jis,
Al met een gouden tonnetje.
Sippele, sappele, sonnetje;
  Boter bij de visch;
  Hooge, jooge jare, jis,

Het komt al ééne dochter halen.
  Van hooge jooge jis,
Al met een gouden tonnetje.
Sippele, sappele, sonnetje;
  Boter bij de visch;
  Hooge, jooge jare, jis,

Welke dochter zal dat wezen?
  Van hooge jooge jis,
Al met een gouden tonnetje.
Sippele, sappele, sonnetje;
  Boter bij de visch;
  Hooge, jooge jare, jis,

Dat zal ..... wezen.
  Van hooge jooge jis,
Al met een gouden tonnetje.
Sippele, sappele, sonnetje;
  Boter bij de visch;
  Hooge, jooge jare, jis,

Wat zult gij haar dan geven?
  Van hooge jooge jis,
Al met een gouden tonnetje.
Sippele, sappele, sonnetje;
  Boter bij de visch;
  Hooge, jooge jare, jis,

Wij zullen haar 't steertje van 't verken geven.
  Van hooge jooge jis,
Al met een gouden tonnetje.
Sippele, sappele, sonnetje;
  Boter bij de visch;
  Hooge, jooge jare, jis,

Pak ze bij de hand
En leit ze naar den waterkant.

4

(Blitterswijk)
Do kump den hier van Walbeck aan.
     Van fislafislafa.
Wat kump den hier van Walbeck doen?
     Van fislafislafa.
De zeuj zo gêr een dochter hebbe.
     Van fislafislafa.
Wat schoone dochter moet dat zijn?
     Van fislafislafa.
Dat zal ..... zijn.
     Van fislafislafa.
Die kunde ge nie kriege.
     Van fislafislafa.
Dan kom ik ze van ou stèle.
     Van fislafislafa.
Dan his 'k ou mienen hond an.
     Van fislafislafa.
Dan gèf 'k den hond e stuksken brood.
Dan sloj den hond met 'ne knuppel dood.

5

(Wijk - Maastricht)

(De kinderen zitten op een rij en zingen de vragen; een kind staat er tegenover en zingt het antwoord).

    Van waar komt gij getreden?
Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke,
    Van waar komt gij getreden,
          Maschouffelke?

    Ik kom van onder die aarde
Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke,
    Ik kom van onder die aarde
          Maschouffelke?

 Wat hebt gij ons dan meegebracht?
Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke,
 Wat hebt gij ons dan meegebracht?
          Maschouffelke?

     Een korfje met rozen.
Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke,
     Een korfje met rozen.
          Maschouffelke?

   Aan wie zult gij dat geven?
Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke,
   Aan wie zult gij dat geven?
          Maschouffelke?

     Aan mijne naaste geburen.
Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke,
     Aan mijne naaste geburen.
          Maschouffelke?

     Wie zijn uw naaste geburen?
Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke,
     Wie zijn uw naaste geburen?
          Maschouffelke?

       Het katje en het hondje.
Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke,
       Het katje en het hondje.
          Maschouffelke?
Te Hasselt luiden de laaste regels: Het katje en het muisje. Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke, Het katje en het muisje. Maschouffelke? Wat geeft gij hun te eten? Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke, Wat geeft gij hun te eten? Maschouffelke? Zoete melk met wittebrood. Maschouffel, Maschouffel, Maschouffelke, Zoete melk met wittebrood. Maschouffelke?

6

(Vlaanderen)
  Van waar komt gij gegaan,
     Brunellegezelle,
  Van waar komt gij gegaan,
     Brunelleke?

Ik kom van onder de aarde
      Brunellegezelle,
Ik kom van onder de aarde
      Brunelleke?

Wat hebt gij daan gaan halen?
      Brunellegezelle,
Wat hebt gij daan gaan halen?
      Brunelleke?

  Een mandeke met aarde.
      Brunellegezelle,
  Een mandeke met aarde.
      Brunelleke?

Aan wien zult gij dat geven?
      Brunellegezelle,
Aan wien zult gij dat geven?
      Brunelleke?

  Aan mijn beste neve
      Brunellegezelle,
  Aan mijn beste neve
      Brunelleke?

  Wie is uw beste neve?
      Brunellegezelle,
  Wie is uw beste neve?
      Brunelleke?

    Dat zal ik u gaan toonen.
      Brunellegezelle,
    Dat zal ik u gaan toonen.
      Brunelleke?

Bij het zingen van het laaste couplet wordt een ander kind door het aangesprokene gekozen, en dan begint men weer van voren af.

7

Rei
Wil je 't avond tot mij komen? Schuttelaar ende mosselman.
Tegenrei
Waar zullen wij dan liggen? (Ter) Schoon jonkvrouwtje, dan?
Rei
Op mijn stoepetje zulje leggen,  Schuttelaar ende mosselman. (bis)
Tegenrei
Daar willen wij niet leggen (ter)  Schoon jonkvrouwtje, dan?
Rei
Wil je 't avond tot mij komen? Schuttelaar ende mosselman.

Altijd dezelfde vraag, van de opnoeming eener andere ligplaats gevolgd, en met dezelfde weigering beantwoord, tot dat het eindelijk heet:

Rei
In mijn beddetje zulje leggen,  Schuttelaar ende mosselman. (bis)
Tegenrei
Daar willen wij wel leggen (ter)  Schoon jonkvrouwtje, dan?

Volgt een rondedans.

8

Nichtje, nichtje, ik noô je te gast,
Waarop?
Op spek en boonen.
Dat lust ik niet,
Wat dan?
Hoendertjes, kapoendertjes, gebraden in de pan.
Nichtje, nichtje, kom over dan.


<p align=center>[<a target="_top" href="indext.html">Baker- en Kinderrijmen pagina</a>] [<a target="_top" href="/~ljcoster/indext.html">Coster pagina</a>]</p> <p>Bezorgd door <a target="_top" href="http://www.xs4all.nl/~jcdverha/">Joachim Verhagen</a>.<br> Opmerkingen aan: <A HREF="mailto:coster@dds.nl"><em>coster@dds.nl</em></A>.<br>