Taal- en uitspraakrijmen

Baker- en Kinderrijmen

1

Daar kwam een dief - larron,
Al in mijn huis - maison;
Ik nam een stok - bâton,
En sloeg den dief - larron,
Al uit mijn huis - maison,
Omdat hij had gestolen
Een ketel - chaudron.

2

     Een os - un boeuf,
    Une vache - een koe.
Fermez la porte - doet de deur toe.

3

'k Heb gevonden - j'ai trouvé.
Op de markt - au marché.
Een man - un home.
Een appel - une pomme.
Een spijker - un clou.
Fermez la porte - doet de deur toe.

4

Daar was een smid - attivit
Die had een kat - attivat
En die kat - attivat
Brak haar poot - attivoot;
Toen kwam de smid - attivit
En zette de poot - attivoot
Van de kat - attivat
In 't gelid - attivit.

5

De kat die krabt de krullen van de trap.

6

Kamdraad, om verkens te ringen.

7

Drie drooge doeken;
Drie doeken bennen droog.

8

David deê den Duivel dansen,
Doe de duivel dronken was.

9

Mijn moeder maakt me mooi
Met mijn moeders mooie mopmuts.


<p align=center>[<a target="_top" href="indext.html">Baker- en Kinderrijmen pagina</a>] [<a target="_top" href="/~ljcoster/indext.html">Coster pagina</a>]</p> <p>Bezorgd door <a target="_top" href="http://www.xs4all.nl/~jcdverha/">Joachim Verhagen</a>.<br> Opmerkingen aan: <A HREF="mailto:coster@dds.nl"><em>coster@dds.nl</em></A>.<br>