Vogelrijmen, enz.

Baker- en Kinderrijmen

Rietlijster

Karre, karre, kiet, kiet, kiet,
Ik bouw mijn nestje in het riet,
En niemand die het zien.

Koekoek

1

          Koekoek,
          Trouw knecht,
          Zeg recht,
          Zeg waar:
          Hoeveel jaar
Zal ik nog dit kransje dragen?
Koekoek! hoe lang zal ik leven? -

2

      Op Sint Jan
Je hem nog hooren kan;
    T' Sinte Margriet,
Hoor je hem zelden of niet,
    Op Sint Japik
Zwijgt hij als een havik.

3

         Koekuit!
         De broek uit,
         De rok an,
De koekuit is de bruggeman.

4

          Koekuit,
          De luie guit,
De geelvink broeit zijn eiers uit.

Ooievaar

1

           Ooievaar,
           Lepelaar,
           Takkedief,
Ooievaar heeft kindertjes lief.

2

(Friesland)
           Ooiefaar!
           Leplaar!
           Prikkedief!
Het siin fader in muder niet lief.

3

(Friesland)
     Eabarre! Winebarre!
Hwennaer scill' wij nei Kampen farre?
     To Kampen in 'e steden,
     Lidze moaie bonte reden.
       Pip, sei 't mûske
       In earrebar's hûske

4

(Friesland)
Earrebar langebien,
Ho binn' dij din skonken sa klien?
Ho is dij din bek sa lang
Datstou sa folle frosken fangst?

5

(Friesland)
Ooiefaeaer, wat heb je lange bienen.
       Ja, kikerdekik!
Onder en boven gelike dik,
Het koit sit mij op de skenen.

6

    Euver, euver, pielepoot,
Breng een kindje in moedersschoot.

7

(Maarsen)
Ooievaar, lange poot,
Haal de kikkers uit de sloot,
Steek ze in je langen bek,
Maak ze dood met trekke, trek,
Tot ze roepen: Kwekke, kwek!

8

    Ooievaar, lepelaar,
    Met je lange bekke,
Wanneer zal je thuis kommen?
 Als de muis piep zeit,
   Piep, zei de  muis:
Ooievaar komt t'avond thuis.
Variatie op 8

9

           Ooievaar, lepelaar,
Je moeder zit op 't hekke,
Je vader heit een kind 'estolen,
Daar is hij meê over de meulen 'evlogen,
Tien ellen hooge,
Je hemmetje leit te droogen.

10

Ooievaar met je lange poten,
Haalt de kikkers uit de slooten,
Van de slooten op den dijk;
Is dat een ooievaar gelijk?

11

Ooievaar, ooievaar, wat heb je een lange beenen!
       Ja, ja, kikkerdepik,
       Onder en boven al even dik,
       Je kuit zit op je scheenen.

Spreeuw

Och, moeder, mijn protter is dood!
Had ik mijn protter wat eten gegeven,
Dan was mijn protter in 't leven gebleven
Och, moeder mijn protter is dood.

Vleêrmuis

1

Vleêrmuus komt 's avonds thuus,
Hi heit geen botter of brood in huus.

2

      Vleremuis,
    Kom 's avond thuis,
Breng mijn nieuwen tand t'huis,
Mijn oude is versleten,
Mijn moeder mag 't niet weten,
Mijn vader heeft geen geld.
Hij heeft het al op hoopen gesteld.
Variatie op 2

Meikever, molenaar of mulder

(aan een draadje)
Mosjepik, mosjepik,
  Butter op stik,
  Butter op brood,
Morgen is mosjepik dood.

Eend

(Emden)
Piilant, Piilant,
Platte foot,
Diin vader is doot,
Diin moeder is doot,
Geit nu in de sloot,
Un sammelt sein broot.

Vischdiefje

(Friesland)
    Seekob!
Laat legge die visch.
De bakker die komt,
Die skiet dij doot
Met hagel in brood.

Kwikstaart

1

      Kwikstart! Blijhart!
Kinders legt hem zout op den start;
Gij zult hem zekerlijk vangen
Met groot verlangen.

2

(Emden)
Aekermantje, wipp up steert!
Wel het di dat wippen leert?

Zwaluw

Toen ik weg ging, waren alle kistjes en kastje vol,
Maar toen ik weêr kwam, was alles verslikkerd, verslekkerd, verslierd, verslierd!

Bij 't honigzuigen te Geertruidenberg

Heuningbieken, kom er es veur,
Geef me een looiken koffie;
Voor mijn niet, voor jou niet,
't Is veur Anneken klapgat,
Die achter op den wagen zat.
Kom laat me nu niet langer staan,
Of ik zal op een ander gaan.

Bij de kleine hoopjes zand tusschen de straatsteenen, waaronder een honigzuigend insect zit, dat men naar boven zoekt te lokken, door al zingende op de straatsteenen te trappen. Zijn de rijmen afgezongen, dan neemt men 't zand in de hand, zoekt het insect, en - zuigt het uit als men 't vindt.

Om slakken uit hun huisjes te zingen

Wouter, Wouter, kom uit je huis!
  Jou huis brandt af,
Al je deuren en vensters staan open.
Of:
Wouter kabuis, kom uit je huis!
Jou deuren en vensters staan open,
Je kunt me niet ontloopen.


[Baker- en Kinderrijmen pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.