HERMANUS ASSCHENBERGH (1726-1792)
HOVAARDY
Wie zich hovaardig op zyn’ schat toont, word belagcht;
Wie ’t op geleerdheid doet, verdient ons mededoogen;
Wie op zyn’ rag of staat zich trots toont, wordt veracht;
Wie ’t op zyn kunst doet, is bespottelyk in elks oogen;
Maar, geestelyke hovaardy
Is de onverdraaglykste en streeft allen waan voorby.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam
E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl
Laatste wijziging: 30-aug-96