JOAN ALBERT BAN (1597-1644)

Springt op geheel van vreughde soet....

Springt op geheel van vreughde soet /
Bedroefde Werelt neemt een moet:
Want nu komt van des Hemels salen /
Gods sone goet ter aerde dalen.

Hoort die Enghelen over-al /
Sy singhen vree / met bly gheschal /
En loven Godt / die aen de menschen
Van goeden wil / doet vrede wenschen.

O uytnemende Bethlehem!
Daer eerst ghehoort is dese stem:
Van peys / en vree / en van ghenaden /
Voor d’arme mensch / met quat beladen.

O Jesu! goedertieren Heer /
Waerom bemint ghy my soo seer /
En laet u Throon / en komt my soecken?
Gewonnen hier / in arme doecken

Siet / ick offer u mijn gemoedt /
Mijn hart / min sin / en al mijn goedt /
Verrijckt mijn armoed / en mijn schade /
O Jesu soet / door u genade.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 31-aug-96