Simon van Beaumont

Wel-coom gedicht aen Jonck-vrou Anna Roemers op hare over-comste in Zeelant

Ghy heerscher van de Zee, Neptun, wilt nu de baren
Doen liggen stil en vlack, en houden in den bant
De winden Noort, Zuyt, West, dat sy het Zeeusche lant
Met haren rouwen storm niet vreeslick en vervaren;
Want in een plancken hol komt met ons overvaren
Een kostelick juweel, een onwaerdeerlick pant,
Een maecht, wiens eer en roem, verspreyt aen elcken kant,
U hoochlijck heeft verplicht haer schip wel te bewaren:
Sy sal tot uwer eer doen klincken hare stem,
En met een soet ghesang het danssende gheswem
Van u Zee-Nymphen al doen gaen voor onsen steven.
Maer als u wil of macht ontbraeck tot haer gheluck,
Soo sal sy bergen noch op der Delphynen rugh,
Meer als Arion deed', haer end' ons aller leven.


Bron: Spiegel van de Nederlandsche poëzie door alle eeuwen / Victor E. van Vriesland. - Amsterdam : De Spieghel, 1940
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster