Simon van Beaumont

Waertoe te gaen door verre Landen dwalen

Waertoe te gaen door verre Landen dwalen,
Verslijten tijd, geld-quisten, breecken wind?
Die sonder moeyt' en kost in Holland vind
Dat noodigh is, wat hoeft hy 't verr' te haelen?
Als men al heeft gheleert de tael der Walen
Hoe Engelsch praet, of Spaensch, een vrou of kind,
En datmen t'huys gekomen wel versint,
Weetmen in Duytsch sich nauwlijcks te vertalen.
Een wulps gelaet, een valsch bedeckt gemoedt,
Hoererens lust, een dert'le quispel-voet,
Een tongh gewent tot vloeck en laster-reden,
Sijn het çieraat dat Napels, dat Parijs,
Dat Roome geeft. Hollander, sijt ghy wijs,
Blijft t'huys, leert wel 's Lands-recht, ghebruyck en seden.


Bron: Spiegel van de Nederlandsche poëzie door alle eeuwen / Victor E. van Vriesland. - Amsterdam : De Spieghel, 1940
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster