Nicolaas Beets Pagina

Bijvoegsel der derde Uitgave
tot de Narede en Opdracht aan een Vriend

Bijna twaalf jaren zijn verlopen en de toegezegde "Nieuwe Vertoningen" verschenen niet. Wel lagen, reeds op het ogenblik der toezegging, enige schetsen gereed, maar het spelen met de Camera Obscura, waardoor ze tot een boekdeel zouden zijn aangegroeid, moest ophouden. De tijd van het incidere ludum, waarvan mijn motto gesproken had, was met nadruk daar. Ik kon voortaan mijn instrument beter gebruiken.

Sommige mijner vrienden beweren dat ik er sedert niet of weinig aan gehad heb; anderen menen dat het mij nog altijd goede diensten gedaan heeft. Zo dit laatste het geval mocht zijn, blijft het met te meer nadruk: nec ludisse pudet.

Intussen heeft een te grote belangstelling de uitgevers tot een derde druk van Hildebrands boekske verleid, en zij wensten die te verrijken met hetgeen zij maar al te wel wisten wat nog in de sedert lang gesloten portefeuille voor handen was. Had hij moeten weigeren? Dan zou het toch waarlijk geweest zijn: ludisse pudet.

Ik weet niet of de te dezer gelegenheid voor `t eerst aan `t licht gebrachte opstellen beter of slechter dan de andere zijn.

Maar het zou mij verwonderen, daar alle tezamen de voortbrengselen zijn van een zelfde geest en tijd. Veel is er in het gehele boekdeel, dat ik u thans voor de derde maal aanbied, dat ik nu anders zou gevoelen, beschouwen en voorstellen; veel dat le mérite de l'á-propos verloren heeft. Maar ik geef het zoals het is en voor hetgeen het is. Il faut juger des écrits d'après leur date blijft een voortreffelijke spreuk. Indien ik op dit ogenblik gelegenheid of genegenheid had om dezelfde vorm van schrijven te gebruiken, ik zou menen tot iets belangrijkers, iets geestigers verplicht te zijn; en vooral tot iets dat van een dieper mensenkennis en vruchtbarer levensbeschouwing getuigde.

Indien ik daartoe onvermogend ware, ik zou moeten zeggen: 'k heb een dozijn jaren te vergeefs geleefd.

Waarde vriend, er heeft, sinds ik u voor de eerste en tweede maal het merendeel dezer minbeduidende opstellen opdroeg, al vrij wat plaats gehad in en rondom ons. Het leven is ons sedert eerst duidelijk, ja, wij mogen wel zeggen eerst bekend geworden, en op onderscheidene wijzen werden wij bij de ernst des levens en bij onszelf bepaald. Het is wel eens bang geweest daarbinnen en donker daarboven. Er hebben tranen gevloeid van wier bitterheid onze vrolijke jeugd, ondanks al haar verbeeldingskracht, geen denkbeeld had. Gelukkig, indien wij vreugden en ook vertroostingen hebben leren kennen, waarvan de kracht en zaligheid in onze jonge harten niet was opgeklommen. Zij zijn er; en Diezelfde die ons onze vrolijke jeugd schonk, heeft ze te zijner beschikking, en geeft ze aan wie ze behoeft. Danken wij Hem, die ons een hart gaf om alles te gevoelen, een hart waaraan niet menselijks vreemd bleef, en dat ook voor het goddelijke niet onaandoenlijk is. Ook in die speeltijd van onze geest, die dit boekdeel ons herinnert, stonden wij nu en dan stil, als op een aanraking met het hogere, met het hoogste.

De tijd is gekomen om daaraan geheel ons hart over te geven en, bij het waarachtig licht, alles en allen, maar allereerst onszelf te zien. Neen, het is de vraag niet meer van spelen, maar wel van kinderen te worden. En daar is een kind zijn, waarin alleen de kracht, de wijsheid en de vreugde van de man gelegen is.

1 oktober 1857


Nicolaas Beets Pagina

Voetnoten
Nieuwe Vertoningen
Zie de Narede bij de tweede uitgave
Nec ludisse pudet, sed non incidere ludum
Hor. Ep. 1. 14: Men schaamt zich 't spelen niet, maar 't altijd door te spelen.
le mérite de l'á-propos
De verdienste iets op het juiste ogenblik te noemen.
Il faut juger des écrits d'après leur date
Men dient het geschrevene beoordelen in relatie met de tijd waarin het is ontstaan.

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Naar de Coster-pagina.

Last modified: Sun Mar 17 16:45:14 MET 1996