Nicolaas Beets

Over Staring


Starings degelijkheid heeft ongetwijfeld hare schaduwzijde, en eene zulke die geheel geschikt is om hem van populariteit uit te sluiten. Om geheel gewaardeerd, dadelijk en recht verstaan te worden, onderstellen vele zijner gedichten eene grootere mate van kennis en nadenken dan men aan het Algemeen mag toeschrijven, en wij mogen de weinigheid in woorden van den zin- en zaakrijksten onzer dichters niet overal van eenige stroefheid en gedwongenheid, de schielijkheid zijner wendingen niet altijd van onduidelijkheid vrijpleiten. Staring is de man niet voor vluchtige, oppervlakkige lezers. Zijne verzen zijn geen muziek om van 't blad te spelen. Zij vereischen eene oplettendheid, die zij ten volle waardig zijn en bij elke herlezing met de ontdekking van nieuwe schoonheden beloonen. Maar deze schoonheden zijn schoonheden van détail, waarover de gewone lezer henenglipt, en die door de verwaarloozing van een rustteeken, de verplaatsing van een accent, het niet acht geven op een hoofdletter verloren gaan of in zoovele duisterheden veranderen. Over het geheel is hij meer geschikt een geoefenden smaak dan een alledaagsch gevoel te streelen.


Fragment uit de inleiding van Beets bij de derde uitgave van Starings Gedichten. 1862